Home  Artikelen  Winkels  Beurzen  Tips

Terug naar lijst van de rassen

ALASKAN MALAMUTE

RAS LAND VAN HERKOMST OORSPRONKELIJKE NAAM ANDERE NAMEN
Sledehonden Verenigde Staten Alaskan Malamute -
HOOFD

Breed en sterk.  Brede schedel.  Lichte stop.  Sterke, massieve snuit.  Zwarte of bruine neusspiegel in rode honden.  Nauwsluitende lippen.

OGEN

Amandelvormig, schuin in de schedel geplaatst.  Bruin.  Blauwe ogen zijn een diskwalificerende fout.

OREN

Middelgroot, driehoekig, staan ver uit elkaar.  Rechtop gedragen.

GEWICHT

Reuen: 38 kg.

Teven: 34 kg.

LICHAAM

Compact en goed gespierd.  Sterke hals.  Goed ontwikkelde borstkas.  Rechte rug.  Stevige, gespierde lendenen.

KARAKTER - EIGENSCHAPPEN -OPVOEDING

Deze robuuste, kalme en standvastige hond heeft een groot uithoudingsvermogen.  Hoewel hij heel onafhankelijk is, is hij niet zo uitbundig als de Husky.  Hij is speels, aanhankelijk en zacht met kinderen, waardoor hij een uitstekende gezelschapshond is.  De Alaskan Malamute is een slechte waarhond omdat hij zelden blaft, niet agressief en erg sociaal is.  Zijn groepsinstinct is nog sterk en hij is nogal dominant tegenover andere honden.  Met een consequente opvoeding moet al op jonge leeftijd gestart worden.

LEDEMATEN

Grote, compacte dikke voeten.  Krachtige benen met zware botten.

STAART

Rijk behaard.  Over de rug gedragen, maar niet in een dichte krul.

VACHT

Dik, grof, nooit lang of zacht.  Het haar is langer op de schouders, hals, bovenop de rug, croupe, dijen en staart.  Dicht, wollige vettige ondervacht is 2,5 tot 5 cm lang.

VERZORGING

De Alaskan Malamute kan zich misschien aan het stadsleven aanpassen, maar deze hond wil niet graag alleen gelaten worden en hij heeft zeer veel beweging nodig.  Als hij wordt opgesloten, zal hij het huis afbreken.  Om geestelijk en lichamelijk gezond te blijven moet hij regelmatig lange stukken lopen, en indien mogelijk lasten trekken.  Dit ras verdraagt de warmte slecht.  Twee keer per week borstelen is nodig.  Vaker en stevig borstelen is aan te bevelen tijdens de seizoensrui.

 

KLEUR

Nuances van lichtgrijs tot zwart, of nuances van sabel tot rood.  Kleurcombinaties in de ondervacht zijn acceptabel.  Als enkele kleur wordt alleen wit goedgekeurd.  Wit is altijd de overheersende kleur op het onderlichaam, voeten en delen van benen en gezicht.

SCHOFTHOOGTE

Reuen: 63,5 cm.

Teef: 58,5 cm.

GEBRUIK

Sledehond (zware lasten trekken over grote afstanden).  Gezelschapshond.