Terug naar lijst van de rassen
ANATOLISCHE HERDER
| RAS | LAND VAN HERKOMST | OORSPRONKELIJKE NAAM | ANDERE NAMEN |
| Bergtype Molosser | Turkije, Anatolië | Coban Köpegi | Karabash - Kangal - Anatolische Herder |
| HOOFD
Sterk
en breed. Licht gewelfde
schedel. Matige stop. De snuit is iets korter dan de schedel. De lipranden zijn zwart. |
![]() |
| OGEN
Klein,
goudkleurig, tot bruin van kleur, afhankelijk van de kleur van de vacht. |
|
| OREN
Van gemiddelde grootte, driehoekig, met afgeronde randen. Afhangend. |
GEWICHT
Reuen:
50-65 kg. |
| LICHAAM
Sterk.
Dikke, gespierde hals. Diepe borstkas.
Diepe borst. Gewelfde ribben. Opgetrokken
buik. |
KARAKTER
- EIGENSCHAPPEN -OPVOEDING
Door
zijn uitzonderlijk verleden en het feit dat hij bij alle
weersomstandigheden buiten leeft en werkt heeft hij een grote
robuustheid en een zekere soberheid verworven.
Hij is ingetogen en stoutmoedig.
Hij bezit een sterk karakter, vaak koppig, en heeft een eigenaar
nodig die zijn leiderschap duidelijk stelt.
Trouw, zacht met zijn baas en kinderen en zeer wantrouwig
tegenover vreemden, wat hem tot een goede waakhond maakt.
|
| LEDEMATEN
Stevig en goed gespierd. Ovale, stevige voeten. De tenen zijn goed gewelfd. |
|
| STAART
Lang, laag gedragen en licht gebogen. |
|
| VACHT
Kort of half
lang, dicht. Langer in de
hals, op de schouders en in de dijen.
Dikke ondervacht. |
VERZORGING
Hij
is een plattelandshond omdat dagelijkse beweging onontbeerlijk is.
Hij dient regelmatig geborsteld te worden. |
| KLEUR
Alle
kleuren zijn toegestaan. De
meest gewenste kleur is zand tot goudbruin met een zwart masker en
zwarte oren. |
|
| SCHOFTHOOGTE
Reuen:
74-81 cm. Teven: 71-79 cm. |
GEBRUIK
Vee- en schapenhoeder en beschermer van de kudde tegen indringers. Waakhond. Gezelschapshond. |