Terug naar lijst van de rassen
BARZOĻ
| RAS | LAND VAN HERKOMST | OORSPRONKELIJKE NAAM | ANDERE NAMEN |
| Langharige Windhonden | Rusland | Sowaļa Barzaļa | Barzoļ - Russische Windhond |
| Borzoi - Barsoi - Russische Wolfshond | |||
| HOOFD
Lang, smal, droog en fijn uitgesneden. Licht convex profiel. Platte, zeer smalle schedel. Nagenoeg geen stop. Licht gewelfd voorhoofd. Sterke, lange, strakke snuit. Fijne, strakke lippen. Zwarte neusspiegel. |
![]() |
| OGEN
Groot, amandelvormig, donkerbruin. De zwartomlijnde opening van de oogleden iets schuin staand. |
|
| OREN
Hoog en naar achteren aangezet, relatief klein, fijn, smal, in een punt eindigend (rozenoren genoemd). Ze liggen naar achteren, op de hals. |
GEWICHT
35 tot 45 kg. |
| LICHAAM
Langgerekt. Lange, goed gespierde, zijdelinks afgevlakte hals, zonder keelhuid. Matig geprononceerde voorborst. Lange, diepe, smalle, vlakke borstkas. Zeer gespierde rug, boogvormig, vooral bij de reu. Het hoogste punt bevindt zich ter hoogte van de laatste rib. Lange, brede, gespierde croupe. Sterk ingetrokken buiklijn. |
KARAKTER
- EIGENSCHAPPEN -OPVOEDING
Dit schijnbaar onverstoorbare heerschap was een uitstekend jager op haas, de vos en de wolf. Deze krachtige, fanatieke en moedige hond heeft een groot uithoudingsvermogen. Hij is meestal uitsluitend aan zijn baas gehecht. Hij heeft niet veel geduld met kinderen. Hij is onverschillig of zelfs vijandig tegenover vreemden. Het is een goede waakhond die weinig blaft. Hij kan agressief zijn tegenover soortgenoten. Hij moet consequent, maar met kalmte worden opgevoed. Reageert slecht op een hardhandige aanpak. |
| LEDEMATEN
Lang, droog, gespierd. Ovale, smalle voeten. Gesloten, goed gewelfde tenen. |
|
| STAART
Laag aangezet, lang, sikkel of sabelvormig. Overvloedig behaard. In rust laag gedragen. In actie verheven gedragen, maar niet boven de ruglijn. |
|
| VACHT
Lang, zijdeachtig, golvend of met grote krullen. Zeer dicht rond de hals, aan de onderkant van de borstkas, aan de achterkant van de benen en op de staart. Kort op de kop, de oren en aan de voorkant van de benen. |
VERZORGING
Hij kan beter niet in een appartement worden gehouden. Hij wordt niet graag alleen gelaten. Hij heeft erg veel ruimte en beweging nodig. Bij het uitlaten moet hij aan de lijn gehouden worden, omdat hij plotseling kan uitvallen tegen katten of andere dieren. Twee of drie keer per week borstelen is voldoende. |
| KLEUR
Wit, goud in alle nuances; zilverwit goud; donker goud; roodbruin met zwart, snuit en benen donker gekleurd; grijs; gestroomd, goud, roodbruin of grijs met lange, donkergekleurde strepen; roodbruin zwart. Roodbruine vlekken (brand) zijn toegestaan, maar niet gewenst. Bij donkerkleurige exemplaren is het zwarte maskr kenmerkend. Alle kleuren kunnen effen zijn, of gevlekt op een witte ondergrond. |
|
| SCHOFTHOOGTE
Reuen: 70 tot 82 cm. Teven: 65 tot 77 cm. |
GEBRUIK
Jachthond. Waakhond. Gezelschapshond. |