Terug naar lijst van de rassen
BASENJI
| RAS | LAND VAN HERKOMST | OORSPRONKELIJKE NAAM | ANDERE NAMEN |
| Oerrassen | Afrika (Kongo) | Basenji | Kongo hond |
| HOOFD
Vlak en fijn gevormd. Lichte stop. Fijne rimpels op het voorhoofd. Sterke kaken. |
![]() |
| OGEN
Amandelvormig, schuin in de schedel geplaatst. Donker. |
|
| OREN
Klein, puntig en iets bol. Dun. Rechtop staand. |
GEWICHT
Reuen: 11 kg (ideaal) Teven: 9,5 kg (ideaal) |
| LICHAAM
Evenwichtige verhoudingen. Sterke, goed gewelfde hals. Diepe borstkas. Matig gewelfde ribben. Duidelijke taille. Rechte, korte rug. Korte lendenen. |
KARAKTER
- EIGENSCHAPPEN -OPVOEDING
Deze stevige, levendige, onafhankelijke en evenwichtige hond heeft een sterke persoonlijkheid. Het is een aanhankelijke, speelse gezelschapshond. Hij is vriendelijk met kinderen. De Basenji is gereserveerd tegenover vreemden. Vanwege zijn uitstekend reukvermogen wordt de Basenji ook als speurhond gebruikt. Net al een kat zit hij graag op een hoge plaats. Hij kan niet blaffen. In plaats daarvan "jodelt" hij als hij blij is. Een consequente, maar goedaardige, vriendelijke opvoeding is nodig. |
| LEDEMATEN
Lange benen met fijne botten. Kleine, smalle, compacte voeten met goed gewelfde tenen. |
|
| STAART
Hoog aangezet. Stijf gekruld tegen de croupe gedragen. |
|
| VACHT
Kort, glanzend, dicht, zeer fijn. |
VERZORGING
De Basenji kan zich aan het stadsleven aanpassen, mits hij er dagelijks voor een wandeling uitkan. Hij houdt er niet van alleen gelaten te worden. Als hij alleen in huis achterblijft, kan hij vernielzuchtig worden. Deze zeer schone hond wast zichzelf als een kat en heeft geen lichaamsgeur. De vacht heeft niet veel verzorging nodig. |
| KLEUR
Zuiver zwart en wit, rood en wit, black-and-tan, en wit met tan aftekeningen boven de ogen en tan snuit, lichtbruin en wit. Wit op de voeten, voorborst en staartpunt. |
|
| SCHOFTHOOGTE
Reuen: 43 cm (ideaal) Teven: 40 cm (ideaal) |
GEBRUIK
Jachthond (klein wild). Gebruikshond: gids in de wildernis. Waakhond. Gezelschapshond. |