Terug naar lijst van de rassen
BRAQUE DE L'ARIÈGE
| RAS | LAND VAN HERKOMST | OORSPRONKELIJKE NAAM | ANDERE NAMEN |
| Continentale Pointers | Frankrijk | Braque de l'Ariège | Braque de Toulouse - Braque du Midi |
| HOOFD
Lang, hoekig en smal. Licht gewelfde schedel. Vrij duidelijke achterhoofdsknobbel. Lichte stop. Lange, rechte, soms iets gebogen neusbrug. Vrij dunne lippen. Roze roodachtige (vleeskleurig) of kastanjebruine lippen en neus, afhankelijk van de kleur van de vacht. |
![]() |
| OGEN
Enigszins ovaal, donker amberkleurig of bruin. |
|
| OREN
Lang, dun, gekruld, niet vlak tegen het hoofd liggend. |
GEWICHT
25 tot 30 kg. |
| LICHAAM
Slank. Hals niet erg lang, vrij sterk met lichte keelhuid. Geprononceerde schoft. Brede, hoge en diepe borstkas. Gewelfde ribben. Buiklijn iets opgetrokken. Licht hellende croupe. Rechte en vrij lange rug. |
KARAKTER
- EIGENSCHAPPEN -OPVOEDING
Deze stoutmoedige, zeer energieke hond met een uitstekend reukvermogen is een bekwaam retriever die voor elk soort jacht geschikt is. hij wordt in het bijzonder gebruikt voor de jacht op patrijs en kwartel. Hij is snel en onafhankelijk, en hij heeft een consequente opvoeding nodig. |
| LEDEMATEN
Gespierde droge benen met stevige botten. Compacte, ovale hazenvoeten met gesloten tenen. |
|
| STAART
Dik aan de basis, toelopend naar het eind. Werd ongeveer halverwege gecoupeerd, inmiddels is dit verboden. Mag niet hoger dan de ruglijn worden gedragen. |
|
| VACHT
Kort, dicht en glanzend. Fijnen en dichter tegen het lichaam op hoofd en oren. |
VERZORGING
Hij heeft ruimte en beweging nodig. Hij moet regelmatig worden geborsteld. |
| KLEUR
Wit met onregelmatige oranje of kastanjebruine vlekken of spikkels, die soms alleen op de huid voorkomen. |
|
| SCHOFTHOOGTE
Reuen: 60 tot 70 cm. Teven: 56 tot 65 cm. |
GEBRUIK
Jachthond |