Home  Artikelen  Winkels  Beurzen  Tips

Terug naar lijst van de rassen

CÃO DE CASTRO LABOREIRO

RAS LAND VAN HERKOMST OORSPRONKELIJKE NAAM ANDERE NAMEN
Molosser Bergtype Portugal Cão de Castro Laboreiro Portugeese Veedrijvershond
HOOFD

Middelgroot, droog en zonder huidplooien.  Onduidelijke stop.  Lang, sterk en rechte neusrug.  Krachtige kaken.

Cão de Castro Laboreiro
OGEN

Schuin en van een matige grootte, licht kastanjebruin bij dieren met een lichte kleur en donkerkastanjebruin bij dieren met een donkere vacht.

OREN

Van een matige grootte, vrij dun, bijna driehoekig met afgeronde randen, afhangend.

GEWICHT

Reuen: 30-40 kg.

Teven: 20-30 kg.
LICHAAM

Rechthoekig, korte hals zonder keelhuid.  Brede, diepe borstkas.  Stevige, brede, korte en goed gespierde lendenen.  Licht hellende croupe.  Licht opgetrokken buik.   

KARAKTER - EIGENSCHAPPEN -OPVOEDING

Robuust, loyaal, gehoorzaam, aanhankelijk, het is een rustige en vreedzame hond.  Zeer moedig, wantrouwig tegenover vreemden.  Een ideale waakhond door zijn continue alertheid.  Een consequente opvoeding is noodzakelijk.

LEDEMATEN

Gespierd met zware botten.  Bijna ronde voeten  Grove tenen.  Zwarte of donkergrijze nagels. 

STAART

Dik en behaard.  Hij reikt tot aan het spronggewricht.

VACHT

Grof, kort (5 cm), ruw, glad, vlak aanliggend en overvloedig.  Geen ondervacht.

VERZORGING

Hij heeft ruimte en beweging nodig.  Hij moet regelmatig geborsteld worden.

KLEUR

De wolfsgrauw is het meest voorkomend.  Alle schakeringen van grijs, met of zonder zwart masker of gestroomd.

SCHOFTHOOGTE

Reuen: 55-60 cm.

Teven: 52-57 cm.

GEBRUIK

Vee- en schapenhoeder.  Waakhond.  Politiehond.  Gezelschapshond.