Terug naar lijst van de rassen
HARRIER
| RAS | LAND VAN HERKOMST | OORSPRONKELIJKE NAAM | ANDERE NAMEN |
| Lopende Honden | Groot-Brittannië | Harrier | Harehound |
| HOOFD
Middelbreed, vrij lang. Platte schedel. Lichte stop. Vrij lange, puntige snuit. Bovenlippen bedekken de kaak. |
![]() |
| OGEN
Middelgroot, ovaal, altijd donker. |
|
| OREN
Hoog aangezet, V-vormig, vrijwel vlak en tamelijk kort. |
GEWICHT
Ongeveer 25 kg. |
| LICHAAM
Krachtig. Lange hals met licht gewelfde nek. Borstkas hoger dan breed. Ribben niet erg gewelfd. Flank niet vol, buiklijn niet opgetrokken. Rechte, gespierde rug. Sterke, iets gewelfde lendenen. |
KARAKTER
- EIGENSCHAPPEN -OPVOEDING
De Harrier is levendig, snel en heeft een scherpe neus, met een groot uithoudingsvermogen en een krachtige stem. Deze kleine meutehond werkt goed samen met andere honden en kan makkelijk worden geleid. Hij is ideaal voor de jacht op haas, en in Engeland wordt hij ook in de jacht op vos gebruikt. Hij wordt ook gebruikt voor hert en wild zwijn. Hij heeft een consequente opvoeding nodig. |
| LEDEMATEN
Gespierde benen. Voeten niet te gesloten en niet te rond. |
|
| STAART
Middellang, iets borstelig en trots, in sabelvorm, gedragen. |
|
| VACHT
Niet te kort en plat. |
VERZORGING
Hij heeft ruimte en beweging nodig. Hij moet regelmatig worden geborsteld. |
| KLEUR
Gewoonlijk wit met zwart tot oranje tinten. in Frankrijk gewoonlijk driekleurig met een zwarte mantel op de rug. |
|
| SCHOFTHOOGTE
48 tot 55 cm. |
GEBRUIK
Jachthond. |