Terug naar lijst van de rassen
IJSLANDSE HOND
| RAS | LAND VAN HERKOMST | OORSPRONKELIJKE NAAM | ANDERE NAMEN |
| Arctische Waak en Herdershonden | IJsland | Islandsk Fårehund | IJslandse herdershond - Strutottur |
| HOOFD
Licht en tamelijk breed. Duidelijke stop. Vrij korte snuit. Strakke aangesloten lippen. |
![]() |
| OGEN
Middelgroot, amandelvormig. Donker. |
|
| OREN
Breed aan de basis. Driehoekig met puntige uiteinden. Zeer recht gedragen. |
GEWICHT
10 tot 15 kg. |
| LICHAAM
Sterk, vrij kort. Niet grof. Sterke hals. Brede, diepe borstkas. Buiklijn is licht opgetrokken. |
KARAKTER
- EIGENSCHAPPEN -OPVOEDING
Deze stevige en stoere hond heeft een sterke persoonlijkheid. Hij is aanhankelijk en erg vriendelijk tegenover mensen. Deze waakzame hond blaft graag, waardoor hij een een goede waakhond is. Consequente opvoeding is nodig. |
| LEDEMATEN
Ovale voeten. Zeer gespierde benen. |
|
| STAART
Middellang. dicht behaard. Gekruld over de rug gedragen. |
|
| VACHT
Hard, middellang tot lang. Langer op de hals, dijen en onder de staart. Kort op hoofd en benen. Ligt vlak op het lichaam. |
VERZORGING
Deze hond is er aan gewend om buiten te leven; het wordt daarom afgeraden om hem als huishond te houden. De IJslandse hond heeft ruimte nodig om te rennen. Regelmatig borstelen is nodig. |
| KLEUR
Alle kleuren toegestaan, maar de basiskleur moet domineren. Wit komt vaak voor als bles, kraag, op de borst, punt van de staart en de tenen. |
|
| SCHOFTHOOGTE
Reuen: 42 tot 48 cm. Teven: 38 tot 44 cm. |
GEBRUIK
Vee en schapenhoeder (voornamelijk paarden). waakhond. Gezelschapshond. |