Terug naar lijst van de rassen
ITALIAANSE WINDHOND
| RAS | LAND VAN HERKOMST | OORSPRONKELIJKE NAAM | ANDERE NAMEN |
| Kortharige Windhonden | Italië | Piccolo Levriero Italiano | Italiaans Windhondje - Italiaantje |
| HOOFD
Langgerekt, smal. Platte schedel. Zeer weinig gemarkeerde stop. Spitse snuit. Strakke wangen. Fijne lippen. |
![]() |
| OGEN
Groot, donkergekleurd. Donker gepigmenteerde oogranden. |
|
| OREN
Hoog aangezet, klein. Over zichzelf heen gevouwen en naar achteren in de nek en bovenkant hals gedragen. |
GEWICHT
Maximaal 5 kg. |
| LICHAAM
Vierkant. Kegelvormige hals zonder keelhuid. Tamelijk geprononceerde schoft. Diepe, smalle borst. Gewelfde rug. Sterk afhangende, brede, gespierde croupe. |
KARAKTER
- EIGENSCHAPPEN -OPVOEDING
Deze vaak door opwinding beverige miniatuur Greyhound is een levendige, dynamische, standvastige, lenige hond, ondanks zijn vaak wat tengere en fragiele voorkomen. Hij jaagt graag op klein wild (zoals konijn en haas). Hij is aanhankelijk, gevoelig, erg aanhalerig, vrolijk, speels, kortom een charmant gezelschap. hij is stil en gereserveerd en terughoudend tegenover vreemden. Hij moet consequent, maar tevens met kalmte worden opgevoed. |
|
LEDEMATEN
Fijn, droge ledematen. nagenoeg ovale, kleine voeten. Gesloten, gewelfde tenen. Gepigmenteerde zoolkussentjes. |
|
| STAART
Laag aangezet, fijn, ook aan de wortel, geleidelijk smaller wordend naar de punt. De eerste helft laag en recht gedragen, terwijl de tweede helft gebogen is. Gladde haren. |
|
| VACHT
Glad en fijn. Dicht in de winter. |
VERZORGING
Hij past izch aan het leven in de stad aan, maar hij moet zich wel kunnen uitleven. Hij is niet graag alleen. Hij kan niet goed tegen kou en regen. Regelmatig borstelen is aan te bevelen. |
| KLEUR
Effen of zwart, grijs, donkergrijs, leisteen en geel in alle mogelijke nuances. Wit is alleen toegestaan op de borstkas en de voeten. |
|
| SCHOFTHOOGTE
32 tot 38 cm. |
GEBRUIK
Gezelschapshond. |