Terug naar lijst van de rassen
JÄMTHUND
| RAS | LAND VAN HERKOMST | OORSPRONKELIJKE NAAM | ANDERE NAMEN |
| Arctische Jachthonden | Zweden | Jämthund | Zweedse Elandhond |
| HOOFD
Lang, droog, relatief breed. Licht gewelfde schedel. duidelijke stop. Rechte neusbrug. Nauw gesloten lippen. |
![]() |
| OGEN
Enigszins ovaal en vrij klein. Donkerbruin |
|
| OREN
Hoog aangezet. Relatief klein. Rechtop gedragen. Puntige uiteinden. |
GEWICHT
Ongeveer 20 kg. |
| LICHAAM
Compact, stevig en droog. Lange sterke hals zonder keelhuid. Brede borstkas. Krachtige lenden. Buiklijn enigszins opgetrokken. Brede croupe: is zeer licht hellend. Rechte rug helt enigszins van schoft tot croupe. |
KARAKTER
- EIGENSCHAPPEN -OPVOEDING
Deze geharde, moedige en doortastende hond is evenwichtig en kalm. Hij is vriendelijk en zachtaardig tegenover kinderen, waardoor hij een goede gezelschapshond is. Hij is ook een goede waakhond. De Jämthund is enigszins dominant tegenover andere honden. |
| LEDEMATEN
Sterke, compacte, enigszins ovale voeten. |
|
| STAART
Hoog aangezet. Matig lang. Dik en sterk. Gekruld over de rug gedragen. |
|
| VACHT
Lang en hard met donkere punten. Kort en glad op het hoofd en de voorkant van de benen. Langer op de hals, borst, staart en de achterkant van de benen. Kortere, zachte, lichtere (bij voorkeur witte) ondervacht. |
VERZORGING
De Jämthund is niet geschikt voor een leven in de stad. Hij heeft veel ruimte nodig om te kunnen rennen en heeft zeer veel beweging nodig. Dagelijks borstelen en kammen is nodig. |
| KLEUR
Van donker tot lichtgrijs. Lichtgrijs of crème op de snuit, wangen, keel buik, poten en onderzijde van de staart is kenmerkend. |
|
| SCHOFTHOOGTE
Reuen: 58 tot 63 cm. Teven: 53 tot 58 cm. |
GEBRUIK
Vee- en schapenhoeder. Gebruikshond: legerhond. Sledehond. Jachthond: Eland, beer, klein wild (o.a. marter en hermelijn). Gezelschapshond. |