Terug naar lijst van de rassen
LEONBERGER
| RAS | LAND VAN HERKOMST | OORSPRONKELIJKE NAAM | ANDERE NAMEN |
| Molosser Bergtype | Duitsland | Leonberger | - |
| HOOFD
Enigszins smal en dieper dan breed. Matig gewelfde schedel. Matige stop. Lichte ramsneus. Nooit een spitse neus. Zwarte aansluitende lippen. |
![]() |
| OGEN
Middelgroot. Licht tot donkerbruin. |
|
| OREN
Hoog aangezet, afhangend, vlak langs het hoofd liggend. |
GEWICHT
60-80 kg. |
| LICHAAM
Iets langer dan hoog. Krachtige hals. Diepe borstkas. Stevige rug. Krachtige lendenen. |
KARAKTER
- EIGENSCHAPPEN -OPVOEDING
De Leonberger heeft een groot weerstandsvermogen bij alle weersomstandigheden en is vol levenslust. Hij is rustig, zelfverzekerd en een uitstekende zwemmer. Hij blaft enkel bij gevaar. Hij is trouw, gehoorzaam zeer gericht op zijn baas en zacht met kinderen. Hij schrikt vreemden af maar bijt normaal niet. Zijn opvoeding, vroeg gestart en met zachte hand, zal eenvoudig zijn. De Leonberger is pas op een leeftijd van drie jaar volledig volwassen. |
| LEDEMATEN
Stevig, gespierd, zware botten. Vrij ronde voeten. Gesloten tenen. Zwarte voetzolen. |
|
| STAART
Zeer behaard (borstel), half hangend gedragen, nooit te hoog geheven of gekruld op het lichaam. |
|
| VACHT
Half fijn of stug, weelderig, lang, glad, vlak aanliggend. Ondervacht. Mooie kraag aan de hals en de borst. |
VERZORGING
Hij heeft ruimte en beweging nodig. De Leonberger houdt er niet van om opgesloten of aangelijnd te zijn. Wekelijks borstelen is voldoende behalve tijdens de ruilperioden dan dient hij vaker geborsteld te worden. |
| KLEUR
‘De leeuw’: fauve; goudgeel tot bruinrood met zwart masker. Een kleine witte vlek op de borst is toegestaan. Vaalgeel is eveneens toegestaan. De bevedering aan de voorpoten, de broek en de pluim van de staart kunnen iets bleker zijn. |
|
| SCHOFTHOOGTE
Reuen:
72-80 cm. |
GEBRUIK
Waakhond. Reddingshond (lawines en drenkelingen). Gezelschapshond. |