Terug naar lijst van de rassen
MASTIIN ESPAŅOL
| RAS | LAND VAN HERKOMST | OORSPRONKELIJKE NAAM | ANDERE NAMEN |
| Bergtype Molosser | Spanje | Mastiin Espagņol - Matiin de Espaņa | Mastin - Spaanse Mastiff |
| HOOFD
Stevig, massief, in verhouding tot de rest van het lichaam. De bovenschedel is licht gerond. Onduidelijke stop. Rechte snuit. Grote snuit. |
![]() |
| OGEN
Klein, amandelvormig, bij voorkeur donker (hazelnootkleurig). Zwarte oogleden. |
|
| OREN
Middelgroot, driehoekig, afhangend en tegen de kaken liggend. |
GEWICHT
50-65 kg. |
| LICHAAM
Massief, langgerekt (langer dan hoog). Stevige hals in de vorm van een stompe kegel. Dubbel en goed ontwikkelde keelhuid. Duidelijk te onderscheiden schoft. Krachtige , gespierde rug. Brede, diepe borstkas. Gewelfde ribben. Lange, brede lendenen. Brede en afhellende croupe. |
KARAKTER
- EIGENSCHAPPEN -OPVOEDING
De Mastiin Espaņol is rustiek, levendig, zelfverzekerd, adellijk en rustig. Deze lieven hond is erg aan zijn baas gehecht en zacht met kinderen. Zeer vastberaden tegenover roofdieren en vreemden. Zijn geblaf klinkt schor, laag, diep en zeer luid. |
| LEDEMATEN
Krachtig en gespierd. Hubertusklauwen al dan niet aanwezig aan de achterpoten. Ronde (katten)voeten. Gesloten tenen. |
|
| STAART
Breed aan de basis en daarna smaller wordend. Het haar is er langer dan op de rest van het lichaam. In rust, laag gedragen reikt dan tot aan het spronggewricht. |
|
| VACHT
Dicht, dik half lang, glad. Korter ter hoogte van de ledematen. |
VERZORGING
Deze hond heeft veel ruimte en beweging nodig. Borstel de Mastiin Espaņol regelmatig. |
| KLEUR
Verschillende kleuren. De uniforme kleuren hebben voorkeur: geel, fauve, rood, zwart wolfsgrauw en bont. |
|
| SCHOFTHOOGTE
Reuen:
ten minste 77 cm. |
GEBRUIK
Vee- en schapenhoeder. Jachthond (everzwijn). Waak- en verdedigingshond. Gezelschapshond.
|