Terug naar lijst van de rassen
MUDI
| RAS | LAND VAN HERKOMST | OORSPRONKELIJKE NAAM | ANDERE NAMEN |
| Herdershonden | Hongarije | Mudi | Canis Ovilis Fényesi 1936 |
| HOOFD
Lang,
wigvormig. Licht gewelfde
schedel. Rechte neusbrug. Puntige snuit. |
![]() |
| OGEN
Ovaal, een
beetje schuinstaand, donkerbruin. |
|
| OREN
Rechtop en
puntig, in de vorm van een omgekeerde V. |
GEWICHT
8 – 13 kg. |
| LICHAAM
Lang.
Korte en rechte rug. Toplijn
aflopend. Lange en diepe borstkas.
Korte, hellende croupe. |
KARAKTER
- EIGENSCHAPPEN -OPVOEDING
Deze
rustieke, stoere, levendige en krachtige hond is altijd alert, blaft
snel en schijnt over een onuitputtelijke hoeveelheid energie te
beschikken. De Mudi is
gehoorzaam en aanhankelijk, maar hij hecht zich slechts aan één baas.
Hij moet consequent opgevoed worden.
Hij heeft een goede leider nodig die hem bezig kan houden.
Hij heeft een neiging tot bijten.
Hij is zeer geschikt om kudden (groot vee) en het woonhuis te
bewaken. Door zijn scherpe
reukvermogen is hij tevens geschikt voor de jacht op wilde zwijnen. |
| LEDEMATEN
Benen
staan wat naar achteren. Ronde
compacte voeten. Sterke,
donkergrijze nagels. Hubertusklauwen
zijn niet gewenst. |
|
| STAART
Kort
of gecoupeerd tot op een lengte van twee of drie vingers. |
|
| VACHT
Kort, recht,
glad op het hoofd en de voorkant van de benen.
Langer (5 tot 7 cm), dik, golvend en glanzend op de rest van het
lichaam. |
VERZORGING
Hij
is niet geschikt voor een leven binnenshuis.
Hij heeft ruimte en beweging nodig.
Hij moet iedere dag geborsteld worden. |
| KLEUR
Zwart,
wit gestroomd, gevlekt, met middelgrote vlekken over het hele lichaam.
De voeten hebben altijd dezelfde kleur als de overheersende
vachtkleur. |
|
| SCHOFTHOOGTE
35
– 47 cm. |
GEBRUIK
Vee-en schapenhoeder. Jachthond (groot wild). Waakhond. Gezelschapshond. |