Terug naar lijst van de rassen
NEWFOUNDLANDER
| RAS | LAND VAN HERKOMST | OORSPRONKELIJKE NAAM | ANDERE NAMEN |
| Bergtype Molosser | New Foundland - Canada | New Foundland | Newfoundland Dog - Newfoundlander |
| HOOFD
Breed en massief. Niet al te duidelijke stop. Korte snuit, eerder vierkant. |
![]() |
| OGEN
Klein, wijd uit elkaar, donkerbruin of lichter bij de kastanjebruine dieren. |
|
| OREN
Klein, driehoekig. Liggen tegen de zijkant van het hoofd aan. Massief. Sterke hals. Diepe borstkas. Brede rug. Stevige en gespierde lendenen. Brede, afhellende croupe. |
GEWICHT
Reuen:
ongeveer 68 kg. |
| LICHAAM
Massief. Sterke hals. Diepe borstkas. Brede rug. Stevige en gespierde lendenen. Brede, afhellende croupe. |
KARAKTER
- EIGENSCHAPPEN -OPVOEDING
De Newfoundlander is gevoelig, uitermate trouw, eerlijk, gehoorzaam, rustig en zacht. Hij is verzot op kinderen. Het is geen waker, hij boezemt enkel ontzag in door zijn voorkomen. Hij bezit een diep reddingsinstinct. Hij is bereid om in het water te gaan en uren te zwemmen om een drenkeling te redden. Hij wordt ook wel ‘Sint Bernard van de zee’ genoemd. Zijn opvoeding moet consequent zijn maar met het nodige geduld. Hij bereikt pas rond zijn tweede levensjaar zijn volledige volwassenheid. |
| LEDEMATEN
Grote, goed gespierde voeten met vliezen tussen de tenen. |
|
| STAART
Stevig en breed aan de basis, matige lengte tot iets voorbij het spronggewricht, vrij dik. Hij hangt af met een lichte boog aan het uiteinde. |
|
| VACHT
Lang, vlak,
ruw, zonder krullen, voelt ongewoon vettig aan, ondoordringbaar.
Bevederde ledematen. Zachte,
dichte ondervacht. |
VERZORGING
De Newfoundlander kan zich eventueel aan het leven op een appartement aanpassen op voorwaarde dat men hem niet te veel alleen laat. Hij heeft ruimte nodig om zich uit te leven. Hij houdt niet van de warmte. De hond moet twee keer per week geborsteld worden. |
| KLEUR
Toegestane kleuren: zwart (gitzwart mat) , kastanjebruin (chocolade of bronskleurig) variëteit Landseer (van het Brits Amerikaanse type). Zwarte kop met indien mogelijk een witte bles; zwarte mantel en aftekeningen, de croupe en het bovenste deel van de staart zijn zwart. De andere delen moeten wit zijn. |
|
| SCHOFTHOOGTE
Reuen:
gemiddeld 71 cm. |
GEBRUIK
Reddingshond in het water. Gezelschapshond.
|