Terug naar lijst van de rassen
SIBERISCHE HUSKY
| RAS | LAND VAN HERKOMST | OORSPRONKELIJKE NAAM | ANDERE NAMEN |
| Sledehonden | Noord-Amerika | Siberian Husky | Siberische Husky - Husky |
| HOOFD
Niet zwaar. Schedel enigszins rond van boven. Uitgesproken stop. Matig lange snuit. Donkere lippen. Neusspiegel komt overeen met vachtkleur. |
![]() |
| OGEN
Amandelvormig, enigszins schuin geplaatst. Bruin of blauw. Elk oog een verschillende kleur of beide kleuren in elk oog is toegestaan. |
|
| OREN
Middelgroot, driehoekig. Rechtopstaand, hoog aangezet, en dicht bij elkaar. dik en goed behaard. |
GEWICHT
Reuen: 20,5 tot 28 kg. Teven: 15,5 tot 23 kg. |
| LICHAAM
Matig compact. Gewelfde hals, trots rechtop gedragen als de hond staat. Als de hond loopt, wordt de hals naar voren gestrekt, zodat het hoofd iets naar voren wordt gedragen. Borst is diep en sterk, maar niet te breed. Strakke, lenige lendenen. Croupe hellend, maar nooit steil. Rechte, stevige, middellange rug. |
KARAKTER
- EIGENSCHAPPEN -OPVOEDING
Deze rustieke hond met groot uithoudingsvermogen is heel onafhankelijk en neigt tot zwerven. Als gezelschapshond is hij aanhankelijk en sociaal. De Siberische Husky is geen goede waakhond, want hij is niet argwanend tegenover vreemden. Het ras is niet agressief tegenover andere honden. Zijn jachtinstinct is zeer sterk ontwikkeld, zodat hij een sterke, hoge omheining vereist. Door een consequente en gedegen opvoeding van de hond moet de eigenaar zijn positie als groepsleider bevestigen. |
| LEDEMATEN
Gespierde benen met stevige botten. Compacte, ovale (niet lange) voeten, met stevige voetzolen en dikke kussens. |
|
| STAART
Rijkelijk behaard, in een boog over de rug gedragen. |
|
| VACHT
Middellang, recht en ietwat gladliggend. Nooit ruw. Dichte, zachte ondervacht. |
VERZORGING
Dit ras heeft veel ruimte nodig en zal heel ongelukkig zijn als het binnenshuis wordt gehouden. De Siberische Husky heeft zeer veel beweging nodig om geestelijk gezond te blijven. Wekelijks borstelen is nodig. Vaker en stevig borstelen is aan te bevelen tijdens de seizoensrui. |
| KLEUR
Elke kleur van zwart tot volledig wit is toegestaan. Een reeks aftekeningen en opvallende patronen zijn gebruikelijk. |
|
| SCHOFTHOOGTE
Reuen: 54 tot 60 cm. Teven: 51 tot 56 cm. |
GEBRUIK
Sledehond (lichte lasten bij matige snelheid over grote afstanden). Gezelschapshond. |