Terug naar lijst van de rassen
TIBETAANSE MASTIFF
| RAS | LAND VAN HERKOMST | OORSPRONKELIJKE NAAM | ANDERE NAMEN |
| Molosser Bergtype | Tibet | Do-Khyi (draaghond) | Tibetaanse Dog - Tibetaanse Berghond |
| HOOFD
Zwaar en stevig. Massieve schedel. Diepe stop. Rechthoekige snuit. Sterke kaken. Brede neus. Goed ontwikkelde lippen. |
![]() |
| OGEN
Van gemiddelde grootte, ovaal, iets schuin ingeplant, staan wijd uit elkaar. Alle kastanjebruine schakeringen zijn mogelijk. |
|
| OREN
Van een gemiddelde grootte, driehoekig en afhangend. |
GEWICHT
55-80 kg. |
| LICHAAM
Stevig, iets langer dan hoog. Stevige, gewelfde hals zonder te grote keelhuid en met een dikke kraag. Diepe borst en matig brede borstkas. Rechte rug. Weinig opvallende croupe. |
KARAKTER
- EIGENSCHAPPEN -OPVOEDING
Rustiek, groot weerstandsvermogen, rustig, enigszins koppig, en introvert. De Tibetaanse Mastiff is erg gehecht aan de baas. Hij is afstandelijk ten opzichte van vreemden, en kan zich dan zelfs agressief opstellen. Het is een zeer waakzame hond vooral ’s nachts, het is een geboren waker. Zijn blaf, een echt gebrul is, indrukwekkend. Met de opvoeding moet vroeg begonnen worden en een consequente opvoeding met veel geduld en doorzettingsvermogen is noodzakelijk. Deze hond is pas volledig ontwikkeld op een leeftijd van drie of vier jaar. De teef is slechts eens per jaar loops. |
| LEDEMATEN
Zware botten. Ronde, stevige en compacte voeten. |
|
| STAART
Matig tot lang maar reikt niet voorbij het sprongewricht. Dicht behaard. Wordt in een lichte krul over de rug gedragen. |
|
| VACHT
Lang, dik, recht en stug. Nooit zijdeachtig, gekruld of gegolfd. Dichte, dikke en wollige ondervacht in het koude seizoen. |
VERZORGING
Dit is geen hond om, op een appartement te houden. Hij heeft ruimte en beweging nodig en moet wekelijks geborsteld worden. |
| KLEUR
Diepzwart, black-and-tan, kastanjebruin, verschillende goud- en grijsschakeringen, eveneens grijs met goudkleurige aftekeningen. Een witte vlek op de borst is toegestaan. Kleine witte vlekjes op de voeten worden getolereerd. Tan en goudkleurige vlekken vinden we boven de ogen, op de onderbenen en aan het uiteinde van de staart. |
|
| SCHOFTHOOGTE
Reuen:
ongeveer 66 cm. |
GEBRUIK
Vee- en schapenhoeder. Waakhond. Gezelschapshond.
|