Terug naar lijst van de rassen
TIBETAANSE TERRIĖR
| RAS | LAND VAN HERKOMST | OORSPRONKELIJKE NAAM | ANDERE NAMEN |
| Tibetaanse Honden | Tibet | Dokhi Apso | Tibetan Terrier - Darjeeling Terrier |
| HOOFD
Middellang. Niet geheel platte schedel. Gemarkeerde stop. Sterke snuit. Goed ontwikkelde onderkaak, met een beetje baard. Zwarte neusspiegel. |
![]() |
| OGEN
Groot, rond, donker bruin, met lange, voor de ogen hangende haren. |
|
| OREN
Niet te groot, V-vormig, afhangende maar niet dicht tegen de kop hangend, met zware bevedering. |
GEWICHT
8 tot 13 kg. |
| LICHAAM
Vierkant, compact, goed gespierd. Goed ontwikkelde ribben. Rechte rug. Korte, licht gewelfde lendenen. Horizontale croupe. |
KARAKTER
- EIGENSCHAPPEN -OPVOEDING
Hij is stevig, weerbestendig, sterk, moedig en levendig. hij werd gebruikt voor het begeleiden van kudden. Het is geen echter terriėr, want hij is nooit gebruikt voor de jacht. Hij is erg enthousiast en heeft veel temperament. hij is onafhankelijk en enigszins koppig. Hij is zeer gehecht aan zijn baas en lief voor kinderen. Hij is waakzaam en terughoudend tegenover vreemden. Het is een waakhond die weinig blaft. Hij heeft een consequente opvoeding nodig. |
| LEDEMATEN
Goed gespierd. Grote, ronde voeten. Niet gewelfde tenen. Zwaar behaard. |
|
| STAART
Vrij hoog aangezet, middellang, vrolijk gedragen met een krul op de rug. Weelderig behaard. |
|
| VACHT
Overvloedig, lang, fijn, maar niet zijdeachtig of wollig. recht of golvend, maar niet gekruld. Fijne, wollige ondervacht. |
VERZORGING
Hij past zich goed azn het leven in een appartement aan. Hij is sportief, dus hij heeft veel beweging nodig. Dagelijks borstelen en kammen is noodzakelijk. |
| KLEUR
Wit, goud, roomkleurig, grijs of rookkleurig, zwart, twee- en driekleurig. Chocolade en leverkleur (kastanjebruin) zijn ongewenst. |
|
| SCHOFTHOOGTE
Reuen: 35 tot 40 cm. Teven: iets kleiner. |
GEBRUIK
Gezelschapshond. Waakhond. |