Terug naar lijst van de rassen
TORNJAK
Nog niet FCI erkend.
| RAS | LAND VAN HERKOMST | OORSPRONKELIJKE NAAM | ANDERE NAMEN |
| Herders Berghond | Kroatie | Tornjak | Kroatische Berghond |
|
ALGEMEEN VOORKOMEN Het algemeen voorkomen van een Tornjak moet zijn dat van een sterke, grote, gevlekte, goed gekoppelde en soepele kudde hond, vierkante vorm (toegestaan is 5% langer dan de eigen hoogte). Botten zijn nog licht nog massieve of zwaar. Een goede Tornjak ziet er uit als een dier dat stevig staat, heel stabiel en uitgebalanceerd in elk natuurlijk gebaar. Lymphatic, amper bewegend, omvangrijk en trage dieren uit proportionele bouw en zwak (delicaat, gevoelig lichaamsbouw) en al het andere wat bij dit type of de vorm erg afwijkt van de standaard omschrijving moet worden gezien als een ongewenste fout in het ras Tornjak. |
|
Afmetingen
Gewenste hoogte rond de 70 cm voor een reu en 60-65 cm voor een teef . Deze
afmetingen zijn alleen maar wenselijke afmetingen. In dit ras zijn afkomst en
klasse belangrijker dan een individueel exemplaar.
Hoofd
Lupine, wig-vormig en verlengd. Door de zware vacht kan het soms smal ogen.
breed, kort hoofd met zichtbare stop, zoals een Rottweiler, Newfoundlander of
een Sarplaninac, een te groot hoofd en ook een grote schedel en smalle snuit
zijn ongewenst in het Tornjak ras.
Gebit
Krachtig en lang, tanden compleet, schaargebit. Totdat de Tornjak populatie
voldoende is, ideaal schaargebit of een hele set van kiezen aan een kant (P1,
P2, P3), mag je niet op staan. Honden met een meer perfect gebit hebben de
voorkeur, en voor het fokken geld dat tenminste één van de twee honden een
foutloos gebit moet hebben.
Spieren
Top van de spier recht, geproportioneerd nooit puntig of extreem vlezig, lippen
passen strak tegen de kaken, hangen is niet toegestaan. Hele lichte stop.
Slechte aansluiting met de onderlip tegen de kaken en in het bijzonder kwijlen (
het hebben van rauwe lip) zijn tekenen van "lymphatic en moeten aangerekend
worden als fout. Er zijn exemplaren met een bovenlip die iets voor de onderlip
hangt. Als deze tekenen niet erg opvallend zijn of nier te ver van het standaard
afstaan, mogen ze niet aangerekend worden als fout.
Ogen
Amandel vorm, oogleden dicht tegen de schedel, jukbeen bogen mogen een weinig
opvallend. Achterkant van de schedel verlengt maar niet smal, recht van jukbeen
bogen naar achterhoofd. Schedelgebeente aan achterzijde van schedel niet
buitengewoon waarneembaar. In het gebied rond de jukbeen bogen is de huid een
beetje sterker en met delicaat gevormde schedel botten een beetje waarneembare
vorm van de jukbeen bogen.
Hangende oogleden aan de onderzijde moeten als een serieuze fout gezien worden.
Oren
Groot, naar beneden gekeerd, hoog aangezet, dichter bij de kruin dan bij andere
schaaphondrassen. Totdat de populatie van Tornjak groot genoeg is, een beetje
kleinere oren naar beneden gekeerd en een beetje openstaand (zoiets als de
Greyhounds) moet als een kleine fout aangerekend worden. Met het fokken moet je
hier wel rekening mee houden, alleen één ouder zou zo'n fout mogen hebben.
Hals
Lang, laag gedragen, in alerte toestand op 45 graden. Nek spieren stevig en
strak. Huid erg dik vooral bij de nek van de hals en de aanhechting van de
inwendige weefsel, niet alleen de boven maar ook de onderkant van de hals.
Bedekt met een rijke coupe van lang haar (kraag).
Het is belangrijk voor het ras, omdat alleen zo, in verhouding ligt hoofd, kan
concentreren op het bereiken van de normale plaats van het dier. Specifiek,
Tornjak's hals moet relatief langer zijn dan dat van een Sarplaninac of
Sennenhond. Exemplaren met een korte hoog aangezette hals zijn niet gewenst en
moeten worden uitgesloten bij het fokken.
Schouders
De overgang van hals naar schouder vormt een zichtbare stop welke start van de
bovenkant halslijn en gaat naar achter naar de top van het schouder gewricht.
Tornjaks met niet zo zichtbare schouders (withers) zijn helaas talrijk. We
moeten dit tolereren tot een bepaalde hoogte, maar de bovenstaande beschrijving
is gewenst.
Rug
Tamelijk kort, stevig, gematigd breed en gelijkmatig.
Een goede lengte van de rug is een opvallende verbinding met de schouders (withers).
Deze lengte in teefjes- is een weinig langer in de lenden. Onregelmatigheden,
flexibele ruggengraat is eerst dan merkbaar bij benadrukte houding van de
achterbenen. Voorzichtigheid bij het jureren is geboden, zodat de zware vacht
aan de voorkant niet de verkeerde indruk wekt als super structuur.
Romp
Medium lengte, een weinig gebogen lenden, staart hoog of overwegend hoog.
Staart
Lang, kan de vorm hebben van een sabel, ringvormig of gebogen (een beetje naar
boven aan het einde), gedragen medium hoog. Heel beweeglijk, bij rust naar
beneden hangend. In beweging -draf - of als ze alert of opgewonden zijn, altijd
boven de rug gedragen. Connectie tussen borst en romp is kort en in verhouding
breed, langer bij teefjes.
In alerte staat en bij beweging, heel hoog opgetild van een erg pluizige (kwast)
staart, een belangrijk karakteristiek van het ras. Alle vormen zoals hierboven
beschreven zijn toegestaan. Te kort, korter dan enkel gewricht, of een andere
niet gezonde vorm is een serieuze fout.
Borst
Erg breed, kegelvormig laag, breed en afgerond, maar geen zware ribben. De borst
is goed geproportioneerd en vormt een stevige connectie tussen schouder gewricht
en borstkas. Als regel, de punt van het borstbeen zit een beetje onder het
schouder gewricht.
Het is begrijpelijk dat de kegelvormige borst bij de teefjes iets groter kan
zijn dan bij de reuen.
Buik
stevig gespierd, doorlopend lagere lijn, matig opgetrokken vanaf de punt van het
borstbeen tot aan de lenden.
Benen
Moeten op de juiste manier staan met een uitstekende hoek zonder overmaat en
lang. Botten mogen niet te dik of zwaar zijn. Hoeken tussen de schouders en
ellebogen als ook de hoeken van de achterpoten zijn medium. Van de zijkant
gezien, voorpoot koot wijkt enigermate af van de verticale lijn, achterpoten
Back leg achterklauw mag goed ontwikkeld zijn.
onregelmatige houdingen zoals, zachte ellebogen, "French" houding voorkant, "koehakkig"
houding van de achterpoten of zo moeten gezien worden als serieuze fouten,
enigszins open houding van schoudergewricht en achterbenen word niet gezien als
een groot gebrek.
Uitzondering is rond de 5 graden. Ouderen honden hebben een veel zachtere koot,
maar jonge honden hebben niet meer dan 5 graden. Exemplaren met regelmatig, wel
expressieve hoeken, en vooral die met lange, proportioneel gezien moeten worden
als het beste.
In herderlijk (pastoraal) traditie achterklauwen waren een groot goed, maar in
de huidige populatie niet zo wijd verbreid. Misschien meer in de toekomst.
Voeten
Heel erg sterk en lenig. Kussentjes soepel met sterke nagels. Voorkant voet is
ronder dan de achterkant.
Spieren
Plat, stevig en mager.
Huid
Grof, nogal dik in de hals. Nauwsluitend op het lichaam en hals. Mag niet
kwabbig of loshangen ook niet in de keel. lippen en oogleden mogen niet hangen.
Vacht
Als regel geld, lange vacht met korte haar op gezicht en voorkant poten. Top
vacht is lang, niet zacht en recht. Op de voorkant schouders en achterkant romp
kan het een beetje golven. In het bijzonder goed ontwikkeld op de hals en ook
onder de staart rijkelijk lang
Op de voorkant van de schouders en de achterkant van de romp kan de vacht een
beetje golven. Bijzonder goed ontwikkeld in de hals en ook onder de staart rijk
en lang behaard, vormt een broek. Bevedering op het voorbeen en heel veel
bevedering op de staart. Bovenvacht is bijzonder lang op de bovenkant romp net
voor de aanzet van de staart. Stevig aaneen gesloten en niet te openen door te
scheiden.
In de werkelijke populatie komt een dominante factor voor kort haar voor, zoals
je ook wel bij anderen rassen ziet in dezelfde groep. We moeten een paar
exemplaren met korte haren bewaren maar de huisdier liefhebber heeft geen
interesse in dit type Tornjaks.
Er zijn drie basis type beschreven van de langharige vacht. De bovenstaande
beschrijving is ideaal. Geen ander, in het bijzonder één met zijdeachtig lang
haar, is acceptabel. Als de vacht niet deelt op de rug is dat fout. Het derde
type vacht "dicht" compacte vacht met een ietwat korter stevig haar, en met
korte bevedering op de onder voorarm en zonder de langere zachtere haar op de
achter kant van de koot is alleen minder gewenst.
Kleuren en Pigmenten
Als regel zijn Tornjaks meerkleurige honden. Een witte basis met meer of minder
vlekken in een andere kleur(en). Of een donkere kleur over het hele lichaam,
mantel, met wit rond de hals, op kop en poten, of bijna helemaal witte honden
met een paar tekeningen, maar altijd vlekken op de poten en op het hoofd een
masker en donkere kwastjes in de lange witte vacht. Alle kleur variaties en
deelkleuren zijn van gelijke waarde. Oog kleur (iris) moet overeen komen met de
vachtkleur.
Vlekken kunnen dicht bij elkaar staan, of maar enkele en ver van elkaar af. Als
er geen vlekken op de huid zitten (je kunt ze goed zien op de buik) en nergens
op de vacht als vlek of kwastje, moet zo'n hond gezien worden als afwijkend
gekleurd. Zeldzaam zijn vlekken op de nek. Het is heel interessant dat het
aantal gekleurde vlekken toeneemt met het ouder worden. Bij de meeste puppies,
zijn de vlekken onzichtbaar op de vacht, en de eerste vlekken op de buik
verschijnen rond dezelfde tijd of kort erna als de oogjes open gaan ( zeker voor
de acht weken).
Buitengewone variatie van kleur is een bijzondere essentiële - traditie in het
Tornjak ras. Schaapherders streven erna om zo veel mogelijk verschillend
gekleurde honden te hebben, zodat van een afstand en in de schemer makkelijk te
zien is om welke hond het gaat. Bijgevolg, dat Tornjak presented ietwat ongelijk
gekleurde factoren met een paar genetisch (geen zelf- recessief,non auto-
recessive) factoren welke polychrome veroorzaakt. Naast gevarieerde huid en
vacht, polychrome is ook verbonden met afscheiden membraan donker gehemelte
pigment. Onregelmatige pigment op voetkussentjes is vereist. Het is bijzonder
duidelijk bij de puppies, bij volwassenen die buiten leven, zal de kleur van het
kussentje donker worden. Onvoldoende pigment van de oogleden is niet zeldzaam,
en moet gezien worden als een ernstig gebrek. Donker masker op het gezicht van
sommige exemplaren moet niet gezien worden als fout maar moet niet op doorgefokt
worden omdat het een typisch kenmerk is van meerdere rassen in deze groep.
In een paar onafhankelijke nesten, duiken een paar exemplaren op met. Deze
karaktertrek schijnt verbonden te zijn met andere factoren van kleurpatronen die
beschouwd worden als authentiek vererfde kenmerken van het ras. Dus voor nu word
het getolereerd tot het verder onderzocht is, hoe de opinie ook is over deze
kenmerken. Als experimenten bewijzen dat deze karaktertrek in Tornjaks niks te
maken heeft met erfelijke verbondenheid met negatieve karakteristiek zoals vaak
in andere rassen het geval is, dat blauwe ogen dan een deel word van de
rasstandaard van dit ras. Met onze experimenten zullen we proberen te
verantwoorden dat de aanwezigheid of het ontbreken ervan dezelfde
karakteristieke heeft als andere verwante rassen van kudde honden. We weten dat
de blauwe ogen natuurlijk voorkomen als een deel van raszuiver fokken met
traditionele gevarieerde kleuren.
Beweging
Pittig, kan een relatief kortere en hogere gang hebben, maar altijd ruimschoots,
soepel en alert.
Gedrag
Een typische volwassen Tornjak is heel kalm, bijna onverschillig, maar een
parate en alerte waakhond. Emotioneel met bekenden mensen. Als ze in een groep
gehouden worden, zijn ze heel erg sociaal. Tegenover onbekenden mensen en
dieren, als regel niet agressief, maar afwachtend. In aangewezen situatie als
verdediger, is de Tornjak heel erg vastbesloten en kan resoluut aanvallen, ook
veel sterkere tegenstanders. In deze situatie is de Tornjak voorzichtig, maar
bruusk, volhoudend en onplezierig.
Fouten (mild)
Tengerheid van het skelet
Geringe (klein) maar nog wel geproportioneerd hoofd
Te veel of te weinig van één of twee kiezen
Een ietwat kortere vacht of een te golvende of te zachte vacht
Een ietwat langere rug
Te rechte en korte romp met een te hoge staart stand
Oogleden met mindere slechte pigment
Kortere oren en een verkeerde aanzet
Te rechte hoeken, die nog wel een goede gang toelaten
Fouten (ernstig)
Lymphmatig type met een te zwaar skelet
Hoofd te breed en rond, te kort of te gehoekt
Botten te dik of zwaar
Stop te zichtbaar
Lippen te groot flappen
Te veel los vel in de keel
Onderbeet, bovenbeet, of een tekort van meer dan twee kiezen of maaltanden, en
alle genetische fouten in het gebit
Schouders niet goed verbonden
Benen slecht gehoekt
Te zachte koot en uit elkaar staande voeten
Een tekort aan of slecht ontwikkeld seks orgaan
Beweging onbevallig, traag of onderdrukt (verhinderd)
"Geopende" bijt, asymmetrisch, scheve kaken en alle andere ongeregeldheden aan
de kaak