Terug naar lijst van de rassen
WEIMARANER
| RAS | LAND VAN HERKOMST | OORSPRONKELIJKE NAAM | ANDERE NAMEN |
| Continentale Pointers | Duitsland | Weimarer Vorstehhund | Weimarse Staande Hond |
| HOOFD
Fijnbesneden, in verhouding tot het lichaam. Zeer geringe stop. Rechte neusbrug, vaak licht gebogen. Lange, krachtige snuit. Grote, vleeskleurige neusspiegel, donker gepigmenteerd. Krachtige kaken. Goed gespierde wangen. |
![]() |
| OGEN
Rond, een klein beetje schuin. Licht to donker amberkleurig. Pups hebben lichtblauwe ogen. |
|
| OREN
Hoog aangezet, vrij lang, iets afgerond aan het eind. Iets naar binnen gedraaid en gevouwen als de hond alert is. |
GEWICHT
Reuen: 30 tot 40 kg. Teven: 25 tot 35 kg. |
| LICHAAM
Vrij lang. Edel gedragen, gespierde en stevige hals. Goed ontwikkelde schoft. Krachtige, lange en diepe borstkas. Goed gewelfde ribben. Stevige, gespierde en vrij lange rug. Lange, iets hellende croupe. |
KARAKTER
- EIGENSCHAPPEN -OPVOEDING
Deze enthousiaste hond met een opmerkelijk goede neus was oorspronkelijk een zweethond, maar werd in de negentiende eeuw een pointer. Hij is een toegewijde systematische spoorzoeker, al is hij niet zo snel. Hij is een trefzekere pointer en waterhond. Hij kan gewond wild opsporen en allerlei soorten prooi apporteren. Hij heeft een sterke neiging tot bewaken en verdedigen. Hij is een aangename gezelschapshond en hij heeft een consequente opvoeding nodig. |
| LEDEMATEN
Lange, stevige en goed gespierde benen. Krachtige, ronde voeten met gewelfde gesloten tenen. |
|
| STAART
Vrij laag aangezet, krachtig en met veel haar bedekt. In rust hangend. In actie evenwijdig aan de grond gedragen. Indien gecoupeerd op de helft of twee derde. |
|
|
VACHT
- Kortharige Variëteit : kort, dicht, zeer dik en vlak liggend. Weinig of geen ondervacht. - Langharige Variëteit: (zeldzaam): soepel, met of zonder ondervacht. Glad of iets golvend. Broek en bevedering. Fraaie pluim op de staart. |
VERZORGING
Hij kan zich aanpassen aan een leven binnenshuis, maar hij moet er wel dagelijks op uit. Hij moet ook regelmatig worden geborsteld en zijn oren moeten geregeld worden nagekeken. |
| KLEUR
Zilvergrijs, bruinachtig grijs, muisgrijs of elke tussenliggende tint. Hoofd, oren en behang meestal lichter. Een gering aantal witte vlekken op borst en tenen is toegestaan. Soms loopt er een min of meer duidelijke donkere streep over het midden van de rug, ook wel "aalstreep" genoemd. |
|
| SCHOFTHOOGTE
Reuen: 59 tot 70 cm. Teven: 57 tot 65 cm. |
GEBRUIK
Jachthond. Waakhond en verdedigingshond. Gezelschapshond. |