Home  Artikelen  Winkels  Beurzen  Tips

DE ZIJDERUPS

Kwaliteitsvoeding voor reptielen en insectenetende amfibieën

 

De zijderups is eigenlijk een larve (een vlinderpop) van de Bombyx vlinder van de moerbeiboom (Bombyx Mori). Hij kreeg zijn naam omdat hij zich voedt met de verse bladeren van de witte moerbeiboom (Morus Alba). Hij wordt gebruikt als voedsel voor de reptielen en insectenetende amfibieën in vele landen (o.a. de Verenigde Staten en Canada), op dezelfde manier als huiskrekels en veldkrekels.

Een volwassen zijderups vervangt 6 à 7 volwassen krekels (Acheta Domestica), omdat zijn vezels een hoger gehalte aan proteïnes en minder lipiden (vetstoffen) hebben. Bovendien bevatten ze geen chloor waardoor hij makkelijker verteerd wordt dan andere insecten.

Voedseldier

Eiwitten

Vetstoffen

Vochtigheid

Krekel (volwassen)

57 %

43 %

69 %

Krekel (jong)

67 %

33 %

77 %

Wasmotlarven

20 %

80 %

58 %

Zijderupsen

75 %

25 %

77 %

Meelworm (larve)

38 %

62 %

62 %

Meelworm (volwassen)

66 %

34 %

64 %

Morio worm

33 %

67 %

58 %

Tébo worm

16 %

5,2 %

59 %

Bovendien bevatten de zijderupsen een enzym, serrapeptase genaamd, dat als eigenschap heeft dat het absorberen van calcium efficiënter verloopt. Dit enzym wordt ook gebruikt in bepaalde medicatie voor het bestrijden van oedemen en ontstekingen, evenals voor de aanvullende behandeling van de luchtwegen. Het is dus een zeer voedzaam en interessant voedseldier, bovendien zeer gewaardeerd door de reptielen.

Het kweken en houden van zijderupsen heeft nog heel veel andere voordelen, vergeleken met andere insecten:

·         Volwassen bereiken ze een lengte van iets meer dan 7cm

·         Geen geur

·         Geen lawaai
·         Het kweken gaat makkelijk en snel

·         Bijten het reptiel niet tijdens hun slaap

·         Ontsnappen niet uit het terrarium
·         Vragen weinig onderhoud

·         Zeer gewaardeerd door de roofdieren

·         Heel voedzaam (hoog gehalte aan calcium, proteïne, ijzer, magnesium en de vitamines B1, B2, B3)

Eén van de enige bezwaren bij het kweken en houden van zijderupsen is het grote verbruik aan bladeren van de witte moerbeiboom. Deze bladeren zijn bovendien moeilijk te vinden (zeker in bepaalde regio’s) en zijn maar beschikbaar vanaf mei tot september.   Gelukkig bestaat er nu een substituut in poedervorm die toelaat om zijderupsen te houden en te kweken zonder problemen.

Droogvoer 

Dit voedsel vervangt dus de dure bladeren van de witte moerbeiboom. Het wordt verkocht in droge vorm en moet gehydrateerd worden voor het toegediend kan worden.

Om dit klaar te maken, volstaat het 3 porties water te koken, daaraan 2 porties droogvoer toe te voegen en dit goed te roeren. Daarna nog 1 minuut laten doorkoken en het geheel afdekken en laten rusten. Dan in de koelkast zetten gedurende minstens 30 minuten. Gemiddeld geeft 100g droogvoer tussen 350g en 400g voedsel, wat toelaat 40 tot 70 zijderupsen te voeden tijdens hun hele kweekproces. 

Droog kan deze materie ongeveer 1 jaar bewaard worden in een omgeving beschut tegen de vochtigheid en tegen de omgevingstemperatuur. Eenmaal klaargemaakt, moet deze voeding bewaard worden in de koelkast (maximum 25 tot 30 dagen). Dit voedsel kan gegeven worden in poedervorm (maak hierbij gebruik van een kaasrasp) of in de vorm van kleine blokjes. De porties moeten goed gepast zijn om te vermijden dat er verlies is of dat er schimmel gevormd wordt op het voedsel dat overbleef van de vorige maaltijd.

Onderhoud

Het onderhoud van zijderupsen is heel simpel. Als u ze koopt in de vorm van eitjes, moeten ze in de eerste plaats uitgebroed worden. U legt ze in een plastiek bak met waterabsorberende papieren. Deze moeten steeds vochtig blijven om een goede hygrometrie te garanderen. Plaats daarop een iets kleinere bak en leg daarin de eitjes. Installeer dit geheel dicht bij een warmtebron (b.v.: een terrariumlamp) van 22°C à 23°C. Dit is de geschikte temperatuur voor de incubatie. Na 5 à 15 dagen worden de zijderupsen geboren. Ze moeten dan in een grotere plastiek bak gelegd worden (een deksel is niet nodig want ze kunnen niet op de gladde zijkanten klimmen). In deze bak is eerst de voeding voorzien zodat de rupsen zich onmiddellijk na hun geboorte kunnen voeden zonder zich te verplaatsen (want hiertoe zijn ze nog niet in staat).

 

De zijderupsen groeien snel en vervellen verschillende keren: de 1e rond de 4e dag, de 2e rond de 11e dag, de 3e rond de 17e dag en, de laatste rond de 25e dag.

De bak moet regelmatig gereinigd en de uitwerpselen verwijderd worden omdat de zijderups heel gevoelig is aan bacteriën en aan condensatie.

Na zijn laatste vervelling eet de zijderups enorm veel om zich voor te bereiden op het maken van zijn cocon. Hij zoekt tegelijk een steun (b.v. een tak) om zijn cocon aan te hangen. 12 tot 20 dagen later zal hij hieruit komen als een vlinder en onmiddellijk op zoek gaan naar een partner om mee te paren. Het vrouwtje zal 200 tot 500 gele eitjes leggen op de grond. De bevruchte eitjes worden bruingrijs en kunnen in de koelkast bewaard worden (5°C). Na 2 maanden kunnen zij hieruit genomen worden om uitgebroed te worden.

 

 

De vlinders vliegen niet en voeden zich niet. Enkele dagen na het paren zullen ze sterven. U kunt ze dus levend aan uw reptielen geven.