Home  Artikelen  Winkels  Beurzen  Tips

SOORTEN AANKOOP GEWENNEN BENADEREN & VANGEN HUISVESTING
TERRARIUM PLAATSEN BODEM DECORATIE VERZORGING PROBLEMEN

VERZORGING

Watervoorziening 

Zoals reeds eerder besproken een elementair en zeer belangrijk punt. De aanwezigheid van water kan zeer uiteenlopend zijn. Hoofdzakelijk worden drinkschalen gebruikt welke bestaan in allerlei vormen en kleuren aangepast aan het terrariumdecor. Belangrijk is dat de wanden ruw zijn van de drinkschalen en de betere schalen beschikken over trappen om in en uit het water te kruipen.  Het water moet dagelijks worden ververst. Zorg ervoor dat het water voldoende hoog in de drinkschaal staat.  Voor slangen en sommige reptielen is het belangrijk dat ze zich helemaal kunnen baden en terugtrekken in het water; vooral bij deze dieren moet water dagelijks worden ververst omdat zij hun uitwerpselen in het water deponeren. Men kan ook werken met druppelsystemen. Hierbij is het echter wel belangrijk om op de bodem een vergaarbak te plaatsen om het teveel aan water op te vangen en u toe te laten dit dagelijks te verwijderen. Verneveling is ook een manier om bepaalde dieren van water te voorzien. We denken dan vooral aan kameleons, anolisen en wateragamen. Zij drinken graag de druppels die achterblijven op het decor en de wanden van het terrarium. Stromend water kan dieren sneller aanzetten om te gaan drinken omwille van het natuurlijke karakter. Hiertoe bestaan een aantal watervallen in de handel.  Dieren die tekenen van dehydrateren vertonen (dit kan men herkennen wanneer men de huid tussen duim en wijsvinger neemt en er een plooi verschijnt die niet onmiddellijk terug verdwijnt; ook ogen verzonken in de oogkassen wijzen op deshydratatie) dienen te worden gebaad in lauw water en kunnen best een electrolyte en eetluststimulans worden toegediend. Om voederdieren zoals krekels langer in leven te houden, bestaat er inmiddels een gel. Deze wordt gewoon aangebracht in de krekelbak en zorgt ervoor de dat krekels calcium (bij de betere gels) en vocht tot zich nemen en alzo niet verdrinken in de drinkschaal.

 

Verlichting:  

De meeste overwegend vleesetende reptielen hebben het minst behoefte aan UVB vanwege hun metabolisme dat hen toelaat om vitamines op te nemen en om te zetten.  Andere reptielen hebben UVB nodig om vitamine D3 te kunnen aanmaken. De lampen worden onderverdeeld in twee categorieën: de gloeilampen (spots) vooral voor de warmte en de fluorescente fullspectrumlampen (uvb lampen) zoals TL’s en kwikdamplampen in hoofdzaak gebruikt voor hun UVB-werking.

Sun spot reflectorlampen:  Sunspots zijn speciale reflectorlampen die zorgen voor een voldoende licht- en warmtebron net zoals de zonnestralen. De diepe warme kleur is te vergelijken met de sfeer in de late namiddag. 

Crystal sun reflectorlampen:  Deze spots benaderen met volle spectrum het UVB-gebied en zorgen voor de nodige warmte. De lichtkleur is te vergelijken met deze van een vroege morgen. 

Infraroodlampen:  Dit zijn warmtelampen op basis van infrarood, hetgeen een extra warmte gevoel creëert. 

Fluoricentie-TL’s:  Deze TL’s dragen bij tot het algemeen welzijn van uw dier door hun hoeveelheid UVA >30 % en UVB > 5 %. Deze stralen zorgen ervoor dat vitamine D3 nuttig kan worden omgezet en uw dieren een gezonde groei doormaken. Met een optimale afstand van 25 tot 40 cm helpt u artritis te voorkomen. De 6500° Kelvin sterke lamp versterkt de natuurlijke kleuren van uw reptielen. 

Energiebesparende lampen:  Deze platte lampen zijn uitermate geschikt voor kleine en niet zo hoge terraria. 

UV druklamp:  Deze lampen zijn geschikt voor grote terraria en reptielenkamers. De afstand tot de reptielen zou minimaal 50 cm moeten bedragen. Deze lamp dient slechts 25 tot 30 minuten per dag te branden. Ze hebben therapeutische kracht om beenderproblemen te helpen genezen. 

Een combinatie van lampen is steeds aan te raden. Voor verder advies kan u steeds terecht bij uw dierenspecialist.

 

TEMPERATUUR 

Daar reptielen onder de koudbloedigen vallen, is hun leven gebonden aan de omgevingstemperatuur. De dieren nemen de warmte op uit hun omgeving. Hierbij is het dus belangrijk om de temperatuur zo optimaal mogelijk te maken. Wat niet wil zeggen dat de temperatuur in het terrarium overal even warm moet zijn. De dieren hebben ook behoefte om te kunnen afkoelen of op te warmen naar hun eigen wens van het moment. Dit hangt af van hun bezigheid - fourageren, verteren, vervellen - en tal van andere noden. Hun gezondheid is totaal afhankelijk van hun omgevingstemperatuur.  De warmte kan worden aangemaakt door lampen, warmtematten, warmtekabels en warmtestenen.  Voor een goede opvolging van de temperatuur in het terrarium zijn een aantal verspreide thermometers geen overbodige luxe.

VOCHTIGHEID 

De vochtigheidsgraad voor een reptiel wordt mede bepaald door zijn herkomst. Zo vereisen amfibieën en in oerwoud levende dieren een vochtigheid boven de 70 %, daar waar steppe- en woestijndieren zich goed voelen bij een relatieve vochtigheid van 25 tot 50 %. Heel wat dieren gaan op zoek naar vochtigheid door zich te in te graven of holen te maken en te schuilen in spleten. De vochtigheid op een goed niveau houden, is zeer belangrijk want te hoge vochtigheid zorgt voor huidirritatie en zweren, terwijl een te lage vochtigheid leidt tot uitdroging met als gevolg een gebrekkige vervelling.  De vochtigheid kan men op peil houden via verneveling met een plantensproeier, vernevelaar of luchtbevochtiger.

 

VOEDING 

Slangen 

Algemeen wordt aangenomen dat carnivore (vlees- en aasetende) dieren niet echt behoefte hebben aan aanvullende vitamines en mineralen. Doch is het geen overbodige luxe om hier en daar toch wat extra’s toe te voegen. Men mag immers niet vergeten dat in het wild levende dieren toch vaak een iets gevarieerdere voeding hebben dan onze muis- en ratvoeding. Kleine muizen en ratten bevatten immers minder calcium dan volwassen dieren. Het is altijd verstandig om extra vitaminen en supplementen te geven in kweekperiodes of wanneer een dier een herstelperiode doormaakt.   Het is steeds verstandig om uw lievelingsdier te trainen op het aanvaarden van dode voederdieren. Niet alleen om verwondingen te voorkomen maar het is vaak ook eenvoudiger als men iemand tijdens de vakantieperiode uw dier wil laten voeren. Ook is het aanbrengen van calcium- en vitaminesupplement veel eenvoudiger.  Babyslangen en snelgroeiende slangen worden tot tweemaal per week gevoerd. Bij volwassen dieren kan men gaan tot viermaal per week. Alles is natuurlijk afhankelijk van het karakter van het dier. Sommige eten meer in een keer en slaan sneller een beurt over, andere eten weinig maar op meerdere tijdstippen. Er zijn een aantal slangen die een soort van winterstop invoeren gedurende het jaar en stoppen dan met eten. Deze vorm van winterslaap noemt men ook wel brumation of aetivation afhankelijk of het tijdens de winterperiode of zomerperiode gebeurt.  Slangen worden nooit gevoerd vlak voor en tijdens het vervellen. Deze fase is herkenbaar aan het wit wazig worden van de ogen.  Sommige beginners bellen soms als ze dit voor het eerst meemaken met de vraag of hun slang soms blind is geworden.

Hagedissen 

Om het even wat u deze dieren aanbiedt, de prooi of het voer mag niet groter zijn dan hun bek en niet langer dan hun kop. 

Insectenetende hagedissen 

Het hoofdaandeel van de aangeboden hagedissen bestaat uit insectivoren. Ze zijn niet voor niets de meest geliefde onder de reptielen. Tot deze groep behoren gekko’s, varaantjes, grondleguaantjes, skinks, wateragamen, kameleons en tal van anderen.  De meest aangeboden voederdieren zijn: 

KREKELS in verschillende maten WASMOTTEN
SPRINKHANEN in verschillende maten ROZENKEVERLARVEN
BROMVLIEGEN MEELWORMEN
KRULVLIEGEN (kunnen niet vliegen) BUFFALOWORMEN (geen echte aanrader)
FRUITVLIEGEN MORIOWORMEN

Deze insecten worden het best bijgevoerd met verrijkt voedsel zodat ze gut-loaded (met gevuld darmkanaal) kunnen worden gevoerd. Het is natuurlijk onze taak om er voor te zorgen dat het voer dat we hun aanbieden alles bevat - en dan zeer specifiek calcium - om op het komende banket onze gastheer het beste te geven. Het voeren van verrijkt voedsel aan voederdieren mag maximaal 24 uur op voorhand gebeuren. Bij het aanbieden van de dieren kan men ze ook nog eens bepoederen met supplementen (vraag advies in de vakhandel).  Niet verorberde insecten dienen te worden verwijdert en later opnieuw aangeboden. Een overvloed aan insecten achterlaten in het terrarium is geen wijs besluit want sommige insecten kunnen uw lievelingsdier heus verwonden. Wanneer het moeilijk is om insecten terug te verwijderen is het soms een goed idee om een ‘s nachts actieve gekko te combineren waar mogelijk om zo de niet opgegeten voedseldieren alsnog te verwijderen.  Heel wat grotere insecteneters zeggen geen “nee” tegen babymuizen en springers.  Een mengsel van groenten bestrooid met de nodige supplementen kan men aanbieden aan de voederdieren en dit enkele uren voor ze worden gevoederd. Zo verzekert men zich ervan dat ze toch een gevulde maag hebben, verrijkt met wat onze lievelingsdieren nodig hebben.

Carnivore hagedissen 

Een aantal reptielen zijn uitgesproken vleeseters zoals varanen, alligators,...  Het merendeel van deze dieren eten op jeugdige leeftijd ook insecten om dan later uit te groeien tot echte vleeseters. Vet vlees is uit den boze voor deze dieren. Wat men wel mag gebruiken zijn knaagdieren, vetarm kattenvoer, mager vlees, zeevruchten, en speciaal blikvoer. Een goede verhouding is 50 % knaagdieren, 25 % licht kattenvoer of specifiek aangepast blikvoer en 25 % mager vlees of zeevruchten. Indien deze dieren geen UVB ontvangen, dan kan men hun voer verrijken met calcium en D3 supplementen. Indien het dier wel UVB ontvangt dan geeft men enkel calcium en vitaminen.  Het toedienen van supplementen is niet als een noodzaak te beschouwen maar helpt de dieren in conditie te houden om te kunnen kweken of om bepaalde kwaaltjes te vermijden. 

Herbivore hagedissen 

Met kop en staart bekend als herbivoor is onze vriend de leguaan. Maar ook tal van andere dieren houden ervan waaronder een aantal skinksoorten (boomskinken).  Hun groenten- en fruitmix zal variëren van seizoen tot seizoen naargelang hetgeen verkrijgbaar is. In deze mix vinden we spinazie, witte kool, peterselie, broccoli, paardebloemen, veldsla, andijvie, witloof, wortelen, erwten, bonen, tomaten, wilde vogelzaden, appel, peer, perziken, banaan, druiven, meloenen, aardbeien. Met fruit dient men voorzichtig te zijn want sommige pitten zijn licht giftig en kunnen tot ongesteldheid leiden. Hoe groter de mix hoe evenwichter de voeding. Het voer moet steeds zorgvuldig gewassen versneden en gemengd worden. De voeding mag nooit te lang verblijven bij de dieren daar deze samenstelling snel slecht wordt. Om deze dieren van al het nodige te voorzien kan men ze ook  voorzien van een aantal voedingsupplementen. Best laat u zich hierbij adviseren door uw specialist. 

Omnivore hagedissen 

Deze doen zich tegoed aan alles wat men ze aanbiedt en voor hen geldt de combinatie van de voorafgegane soorten.  Jonge dieren voert men het best dagelijks, volwassen dieren meerdere malen per week.

Schildpadden 

Schildpadden vormen een groep op zich. Men onderscheidt er landschildpadden en waterschildpadden. Landschildpadden worden beschouwd als vegetarische allesetende planteneters terwijl men van waterschildpadden zegt dat het allesetende carnivoren zijn. Maar er bestaan toch specifieke gevallen.

Waterschildpadden 

Deze dieren eten in aanvang alles wat vlees is. Het probleem is echter dat deze dieren op latere leeftijd overschakelen op alles wat ze maar bevalt. Deze dieren eten heel wat insecten maar jammer genoeg bevatten deze niet genoeg voedzame elementen om de dieren in goede conditie te houden. Daar het moeilijk is om zomaar voedingssupplementen te geven aan waterdieren in het algemeen heeft men in een aantal zoo’s gezocht naar niet teveel vervuilende voedingsmethoden en één daarvan is het gebruik van gelatine. Het groenvoer, het vlees, de vis en andere supplementen worden samen vermengd in opgeloste gelatine en na opstijven gevoederd aan de waterdieren. 

Landschildpadden 

Hier maakt men wel een onderscheid tussen herbivoren en omnivoren.  Omnivoren zijn doosschildpadden, kinixys, indo-chinese landschildpadden, roodpoot- en geelpootschildpadden. De resterende schildpadden zijn bijna allemaal herbivoren en behoeven een dieet dat gelijk loopt met dat van de herbivore hagedissen.  Landschildpadden voelen zich goed thuis in de tuin, dus zodra het weer het enigszins toelaat kunnen ze volop gaan grazen. Een schildpad is een van de dieren waarbij de behoefte aan calcium niet duidelijker kan worden getoond. Zij heeft voor de opbouw en het onderhoud van haar schild alleen al heel wat calcium nodig. Dit kan men ze verstrekken onder vorm van calciumkorrels of voeding verrijkt met supplementen. 

Doosschildpadden: 
45 % proteïnerijk voedsel (insecten, pootvisvoer, speciaal schildpadvoer), 45 % gemengd groenvoer en 10 % fruit dit alles verrijkt met voedingssupplementen en calcium. 
Kinixys, manouria, roodvoet, geelvoet:  
15 % proteïnerijk voer, 70 % rijkelijk gemengd groentenvoer (vergeet zeker geen gras toe te voegen!), dit alles aangevuld met supplementen. Het resterende percentage bestaat uit fruit.
Andere soorten:  

volledig groenvoer (vergeet het gras niet) en 5 % fruit.  En ja, ook hier mogen de supplementen niet ontbreken.

Amfibieën 

In deze groep is de voeding vooral grootte-gewijs gebonden.  De kleinsten eten fruitvliegen terwijl de grootste muizen eten.  Het probleem met hun voeding is dat de meeste insecten voor hen niet voldoende noodzakelijke voedingsbestandelen bevatten daarom is een afdoende voorbehandeling nodig. Het voedsel voor de insecten moet maximaal 24 uur voor het vervoederen worden toegediend en daarnaast nog eens extra worden bepoederd met de nodige supplementen.