![]()
HET AQUARIUM
In
België kent het aantal mensen die er een aquarium of vijver op na houden de
laatste jaren een sterke groei. Indien U
tot deze groep gelukkige eigenaars behoort, geven wij U graag een aantal
tips mee om Uw dieren zo gezond mogelijk te houden.
INRICHTING
EN OPSTELLING VAN HET AQUARIUM
Afmetingen
De minimum grootte van het zoetwater aquarium bedraagt
60 cm lengte x 30 cm hoogte x 30 cm breedte, wat overeenkomt met een vijftigtal
liter. Een zeewateraquarium moet minstens 200 liter bevatten. Hoe
groter het aquarium, hoe eenvoudiger het wordt een goed biologisch evenwicht te
behouden. Een biologisch evenwicht bereiken gaat evenwel vlugger in een
klein aquarium. Algemeen kunnen we als vuistregel stellen dat een
aanvaardbare bezettingsgraad in het aquarium overeenkomt met 1 cm vis per 3
liter water. Dit mag echter niet als 100% sluitend aanvaard worden.
Deze bevolkingsdichtheid hangt immers af van verschillende factoren (vissoort,
territoriaal gedrag, filtersysteem,...). Bij soorten met een hoog lichaam
zoals de discus (Symphysodon discus) en de maanvis (Pterophillum scalare) moet
men de lengte verdubbelen. Zo heeft één volwassen discus minimum 75
liter water nodig en moet de minimum hoogte van dit aquarium 50 cm bedragen.
Vorm
Wat de vorm van het aquarium betreft, moet men er
vooral op letten dat er geen dode zones ontstaan met stilstaand water. Dit
water zal immers niet gefilterd worden zodat met een opstapeling van (giftige)
afvalstoffen kan krijgen. Verder is het belangrijk dat het wateroppervlak
zo groot mogelijk is om een voldoende zuurstofvoorziening te garanderen.
In aquaria met een te klein wateroppervlak in verhouding tot de totale inhoud
(vb. een bokaal) zien we vaak dat de vissen vlak onder de waterspiegel hangen.
dit is immers de plaats waar het zuurstofgehalte het hoogst is. In dit
geval biedt het plaatsen van een zuurstofpompje een goede oplossing.
Plaats in de kamer
Een eerder donkere standplaats is aangewezen omdat
directe lichtinval leidt tot algenvorming. Aquaria mogen nooit in de buurt
van deuren, ramen of centrale verwarming staan. Het dichtslaan van deuren
veroorzaakt stress bij de vissen en de kou van buiten of de verwarming brengen
ongunstige temperatuurschommelingen met zich mee. Een aquarium moet
waterpas horizontaal staan. Om de druk gelijkmatiger te verdelen legt men
best een laagje piepschuim tussen het aquarium en het onderstel.
Vissoorten
Bij het bevolken van het aquarium moet men letten op de
spreiding van de vissoorten over de verschillende waterlagen. Een meerval
leeft voornamelijk in de onderste zone van het aquarium, terwijl de
levendbarende aquariumvissen meer in de middelste en bovenste lagen vertoeven.
Om problemen te vermijden is het belangrijk dat we vooraf informeren welke
soorten vissen men samen kan houden en welke niet. Een neontetra
(Paracheidon innesi) en een maanvis (Pterophillum scalare) passen bijvoorbeeld
niet in één aquarium aangezien deze kleine neontetra's vaak als voedsel
aanzien worden door de grote maanvissen. Een sumatraan (Barbus tetrazona)
en een maanvis houdt men ook best niet samen, aangezien de sumatraan graag aan
de lange vinnen van de maanvis plukt. Ook moet men rekening houden met het
sociale gedrag binnen één bepaalde vissoort. Zo moet men volwassen
vuurstaarten (Epalzeorhynchus bicolor) solitair houden aangezien ze zeer
agressief kunnen zijn onder elkaar. Daartegenover staan scholenvissen die,
indien ze alleen gehouden worden, voortdurend onderhevig zijn aan stress.
Verder combineert men bij voorkeur vissoorten die dezelfde eisen stellen wat
betreft de waterkwaliteit. Een belangrijke reden waarom onze
aquariumvissen vaak hun normale leeftijdsgrens (gemiddeld 10 jaar) niet bereiken
is te verklaren door het feit dat ze al te vaak terecht komen in water met
parameters die sterk afwijken van hun natuurlijke omgeving.
Beplanting
Het al dan niet beplanten van het aquarium hangt af van
de aanwezige vissen. Discussen (Symphysodon discus) hoeven niet echt in
een beplant aquarium te zwemmen aangezien ze van een plantenloos biotoop
afkomstig zijn. De levendbarende vissen daarentegen voelen zich beter in
een sterk beplant aquarium. Planten zijn steeds nuttig daar zij zorgen
voor een goede O2 - CO2 uitwisseling
en in concurrentie gaan met algen dankzij hun nitraatopname.
Kunstmatige belichting
Kunstmatige belichting is vereist in een aquarium
aangezien men met enkel zon als lichtbron steeds last krijgt van algen.
Bovendien wordt het op deze manier te warm in de zomer. De belichtingsduur
van een aquarium moet tussen de 10 en de 12 uur per dag liggen. Dit kan
men af en toe laten variëren om de natuurlijke seizoensomstandigheden na te
bootsen. Afhankelijk van de lichtbehoefte van de planten moet een aquarium
verlicht worden met 0,3 tot 0,8 Watt per liter.
Te weinig licht belemmert de groei van de planten, waardoor de zuurstofproductie
daalt. Te felle verlichting veroorzaakt een sneller verbruik van CO2 door
de planten, waardoor de pH-waarde gevaarlijk sterk kan stijgen. Bovendien
veroorzaakt een te felle belichting vaak stress bij tal van vissoorten.
Fluorescentiebuizen zijn het meest geschikt als belichtingsbron vanwege hun laag
stroomverbruik, geringe warmteontwikkeling, gelijkmatige belichting, lange
levensduur (gemiddeld 2 jaar) en goed kleurenspectrum. Gloeilampen worden
sterk afgeraden omwille van hun hoog stroomverbruik, korte levensduur, sterke
warmteafgifte en ongelijkmatige belichting.
Aquariumverwarming
Aquariumverwarming gebeurt meestal met behulp van
dompelelementen. Deze geven zeer geconcentreerd warmte af en men mag ze
bijgevolg nooit in de bodem steken. Bij elke waterverversing zet men het
verwarmingselement best af aangezien het zo snel kan verhitten buiten het water
dat het kan springen. Belangrijk is dat men geen onnodig krachtige
verwarmings- elementen koopt. Ook met een defecte thermostaat mag het
nooit warmer worden dan 30°C. Als richtlijn kan men stellen dat 1,2 liter
water 1 Watt vereist. Dompelelementen of staafverwarmers met thermostaat
moet men steeds zo horizontaal mogelijk plaatsen om gespreide warmteafgifte te
garanderen. Naast de dompelelementen kan men het aquarium ook nog
verwarmen door middel van bodemverwarming. Dit gebeurt via
verwarmingsmatten of verwarmingskabels en heeft als voordeel dat er een gelijke
temperatuur in het water en de bodem is, hetgeen de plantengroei bevordert.
Het nadeel van deze methode is dat veel warmteproductie de plantenwortels kan
verbranden. Een derde manier van verwarmen kan men bekomen door gebruik te
maken van de thermofilter. Hierbij zit het verwarmingselement in de filter
ingebouwd en zodoende wordt het water zeer gelijkmatig verwarmd.
Het uitzetten van de vissen
Om de vissen op de juiste manier los te laten, legt men
de zak met de gekochte vissen eerst een tiental minuten op het wateroppervlak om
de watertemperatuur gelijk te stellen. Hierbij kan een gaatje geknipt
worden bovenaan de zak om te zorgen voor een goede aëratie tijdens deze fase.
Vervolgens voegt men er stapsgewijs ongeveer een drievoudige hoeveelheid
aquariumwater aan toe. Tenslotte kan men de vissen met een netje vangen en
in het aquarium loslaten. Het transportwater mag in geen geval aan het
aquarium toegevoegd worden, aangezien dit immers vaak een hoog ammoniakgehalte
en een laag zuurstofgehalte bevat.