Home  Artikelen  Winkels  Beurzen  Tips

DE GERBIL

In de jaren zestig werd de Mongoolse gerbil, ook wel woestijnrat genoemd, in Europa ingevoerd. Hij komt oorspronkelijk uit woestijnachtige gebieden in Mongolië. De gerbil is pas de laatste jaren als huisdier populair geworden. Daarvoor werd hij vooral als laboratoriumdier gebruikt.
Van de gerbil bestaan in België zeer veel rassen. Er zijn meer dan 10 geslachten met minstens 100 soorten. Er zijn diverse kleurslagen bekend, waaronder:

Op dit moment zijn fokkers hard bezig nog een aantal nieuwe kleurslagen te kweken.

De gerbils behoren tot de knaagdieren en zijn verwant aan de ratten en de muizen. Zij danken hun naam aan het latijnse "gerbillus" wat "jerboa" of "jird" betekent, Engels voor woestijnspringmuis.
Een gerbil is niet groot, van kop tot het begin van de staart zo'n 12 cm, de gepluimde staart is ongeveer 6 tot 11 cm lang. De kop van de gerbil is vrij kort en breed, de neus weer vrij spits.
Een volwassen vrouwtje weegt ongeveer 70 gram, een mannetje 130 gram.
Een karakteristieke houding van de gerbil is rechtop op zijn achterpoten, met zijn staart recht naar achteren gestrekt. Kenmerkend voor de gerbil zijn de zwarte nagels, vijf aan elke voet. De voorpoten worden gebruikt om voedsel beet te pakken.
Aan de binnenkant van het oog zit een klier die roodbruin vocht produceert. Dit vocht wordt bij het poetsen over het lichaam verspreid.

Gezelschap

Gerbils leven in het wild in grote familiegroepen. In een kooi is het houden van verschillende generaties mogelijk, maar als de groep te groot wordt voor de kooi zullen er gevechten om de territoria uitbreken. Gerbils die alleen in een kooi gehouden worden, zullen zich erg ongelukkig voelen.
Deze dieren hebben altijd in ieder geval één soortgenoot nodig. Elkaar schoonpoetsen is een belangrijke vorm van sociaal gedrag bij gerbils. Twee vrouwtjes gaan goed samen, twee mannetjes meestal ook. Het bij elkaar zetten van gerbils kan nog wel eens problemen geven. Een indringer wordt in het territorium niet snel geaccepteerd; ze kunnen elkaar zelfs doodbijten.

Huisvesting

Verreweg het meest geschikte onderkomen voor gerbils is een ruime aquariumbak van minimaal 80 x 40 cm. Dek de bak wel af met een met gaas gespannen houten raamwerk om ontsnapping te voorkomen. In een aquariumbak kunnen de gerbils graven en een sociaal leven leiden. Voor de eigenaar is een aquarium ook leuk: de gerbils zijn hierin makkelijk te observeren. Plaats een gerbilverblijf niet in de volle zon. De temperatuur loopt vooral in een aquarium snel hoog op.
Mogelijkheden voor de inrichting van het aquarium:

Mocht een gerbil in een traliekooi worden gehuisvest dan vindt de gerbil het leuker als de tralies horizontaal lopen zodat hij erin kan klimmen. In zo'n traliekooi is een slaaphuisje/nachtverblijf noodzakelijk en eventueel een gesloten looprad zodat de gerbil er niet met z'n staart tussen kan komen. De mogelijkheid tot graven kan gecreëerd worden door een laag zaagsel van minimaal 15 cm op de bodem te leggen. Uiteraard hoort in de gerbilverblijf een stenen voerbakje te staan, een drinkflesje te hangen en takken en/of knaagsteen aanwezig te zijn.

Voeding

Een gerbil eet voornamelijk plantaardig voer, af en toe aangevuld met wat dierlijk voedsel (bijvoorbeeld meelwormen). Hamstervoer (of een zelfgemaakte mix van kanariezaad, zonnebloempitten, tarwe, haver, maïs en gerst) is een goede basis (géén konijnenvoer!). Er bestaat ook compleet voer voor gerbils.
Het basisvoer kan worden aangevuld met fruit en groente, hooi, hardgekookt ei, wat hondenbrokken of hondendiner. Geliefde hapjes zijn rozijnen, zonnebloem- en meloenpitten. Opgroeiende jongen eten ook graag kanarieopfokvoer. Geef de versnaperingen echter zeer weinig, twee tot drie maal per week. Geef gerbils altijd een drinkflesje vers water. Ondanks de wetenschap dat gerbils weinig drinken en zuinig met water omgaan, moeten ze altijd over water kunnen beschikken. Vooral als ze het warm hebben of zich niet lekker voelen gebruiken gerbils meer water dan ze uit hun groenvoer kunnen opnemen. Gerbils eten ook hun een deel van hun eigen ontlasting weer op.

Voortplanting

Gerbils hebben een enorme voortplantingssnelheid. Op een leeftijd van 65 tot 85 dagen zijn ze geslachtsrijp en de draagtijd is ongeveer 24-26 dagen. Een vrouwtje kan dus ongeveer elke maand een nest jongen krijgen. Als de moedergerbil binnen 24 uur opnieuw gedekt is, kan de draagtijd langer zijn (27 tot 42 dagen). Gemiddeld krijgt een vrouwtje 1 tot 12 jongen. De jongen worden kaal, doof en blind geboren (nestblijvers) en gedurende vier weken door de moeder gezoogd. Beide ouders zorgen voor de jongen. Ze houden ze warm en ze houden de jongen in het nest bijeen. Na 16 tot 20 dagen gaan de ogen open en na zes weken kunnen de jongen weg bij de moeder. Mannelijke gerbils kunnen worden gecastreerd.

Gedrag

Een gerbil wordt vooral gekarakteriseerd door zijn nieuwsgierigheid en vriendelijkheid. Ze zijn altijd uit op onderzoek waarbij ze erg graag graven. Opwinding en boosheid toont een gerbil door het trommelen met zijn achterpoten, meestal met een soort roffel aan het eind. Ze "praten" voortdurend met elkaar door middel van hoge, nauwelijks waarneembare piepende geluiden. Het duidelijk hoorbare piepen van jonge gerbils is een soort speelse opwinding; bij ouderen heeft dit meer te maken met seksuele opwinding, bij spelen en angst. Bij angst of opwinding piepen ze niet alleen, ze zitten ook stijf rechtop op de achterpoten. Zitten ze niet zo stijf, maar wel rechtop, dan zijn ze alleen maar geïnteresseerd in hun omgeving. Met vier poten tegelijk de lucht inspringen is speels, de bokspartijen met de voorpoten kunnen zowel speels als bittere ernst zijn. Een gerbil die lekker op z'n gemak zit toont dit door zich uitgebreid te gaan poetsen.

Verzorging

De gerbil is bijzonder makkelijk te houden. De diertjes zijn overdag wakker en actief; ze hebben erg weinig last van ziekten en zijn rustig en opgewekt. Door zijn afkomst uit de woestijn gaat een gerbil zeer zuinig met zijn lichaamswater om. Er wordt weinig geürineerd en z'n uitwerpselen zijn droog. De kooi hoeft dus niet vaak schoongemaakt te worden. Wel moet elke dag even gekeken worden of er geen voedsel is begraven dat kan gaan schimmelen of rotten. Soms vinden gerbils het prettig hun vacht te verzorgen met behulp van een bakje zand; gebruik hiervoor zuiver wit zand. Pak een gerbil nooit bij de staart; de huid kan scheuren waardoor de gerbil zijn staart zelfs kan verliezen. Wel kan de gerbil bij de staartwortel opgepakt worden. Gerbils zijn erg gedwee en handelbaar. Ze bijten of krabben niet, tenzij er erg ruw met de diertjes wordt omgegaan. Steekt men een hand in de kooi, dan zal de gerbil daar nieuwsgierig opklimmen en de hand en arm aan een onderzoek onderwerpen.

Was de handen goed na ieder contact met de gerbil of zijn omgeving.

Gezondheid, ziekte en kwalen

In het algemeen hebben gerbils niet veel last van ziektes. De dieren moeten schoon, droog en warm ondergebracht worden en het voedsel dat ze krijgen moet van goede kwaliteit zijn. Ze zijn erg gevoelig voor bespoten vruchten en groente. Was en droog die altijd goed af zodat er geen resten chemische bestrijdingsmiddelen meer aan kleven. Veel ellende kan ontstaan als gevolg van vechtpartijen waarbij de geslachtsdelen, ogen, nek en buik gevoelige plekken zijn. Wacht bij ernstige verwondingen niet te lang want het kan snel op een infectie uitlopen.
Raadpleeg bij veranderingen in het normale gedrag of ziekte een dierenarts en wacht daar vooral niet te lang mee.

De tanden en nagels van een gerbil groeien hun hele levendoor. Geef ze daarom hardvoer en altijd een knaagblok of -steen.Te lang geworden nagels en tanden moeten geknipt worden.

Zet de gerbilkooi nooit in de volle zon. Het beste voor deze dieren is een temperatuur van 20-24 graden. De kooi is niet diep genoeg om bij hogere temperaturen de koelte in de grond op te zoeken, zoals gerbils dat in de natuur doen. Gerbils kunnen in een koude omgeving in een shock komen en sterven aan onderkoeling.

Een ernstige, vaak dodelijke ziekte die bij gerbils kan optreden.
Symptomen zijn: diarree en verlies van eetlust. Het komt het meest voor op plekken waar grote groepen gerbils bij elkaar worden gehouden.

Kan ontstaan door stress, zoals het te veel hanteren of het verstoren van de accommodatie.
De dieren staan stil en schokken over het gehele lichaam. De oren gaan gevouwen op en neer. Binnen enkele minuten gaat dit zonder behandeling vanzelf over en ze gaan er niet aan dood.

Controleer de gerbil regelmatig op ongedierte.
De meest opvallende symptomen zijn jeuk, haarverlies waardoor kale plekken ontstaan.
Met een goede dierenartsbehandeling is het vaak snel verholpen.

Leeftijd: een gerbil wordt ongeveer 2 tot maximaal 5 jaar

Bij elkaar zetten van gerbils

Gerbils leven oorspronkelijk in grote familieverbanden in een onderaards tunnelsysteem dat heel omvangrijk kan zijn. In gevangenschap is het leukst om een groep van verschillende generaties te huisvesten waarbij belangrijk is dat de groep niet te groot is of wordt.
Het houden van een groep gerbils is daarnaast leuker omdat als één van de gerbils overlijdt de anderen niet gelijk alleen zitten; het bij elkaar zetten van deze dieren is niet altijd even makkelijk. Een enkele gerbil zal snel verpieteren van eenzaamheid.

Mogelijke combinaties

Voor het bij elkaar zetten van dieren gaat de Dierenbescherming ervan uit dat er geen jongen geboren worden daar zij in principe tegen fokken is. Rekening houdend met de aard van gerbils en het feit dat mannelijke gerbils niet gecastreerd kunnen worden, zijn alleen de volgende combinaties mogelijk:

Basisvoorwaarden

Zorg voor een ruime behuizing (voor twee gerbils minimaal 80 x 50 cm, voor een groep gerbils minimaal 1 x 0,50 m) met daarin de mogelijkheid dat de dieren elkaar kunnen ontwijken. Als het hok net is schoongemaakt heeft dat de voorkeur. Beter is om neutraal terrein te creëren.
Het is verstandig om aan het begin van de dag te beginnen zodat er de hele dag de tijd is om rustig te bekijken of het goed gaat.
Mocht er een vermoeden bestaan dat de dieren zullen gaan vechten, moeten ze ogenblikkelijk uit elkaar gehaald worden. Ze kunnen ieder apart gehuisvest worden met de hokken/kooien tegen elkaar aan zodat ze elkaar kunnen zien en ruiken; of splits de bestaande kooi in tweeën en laat ze op die manier aan elkaar wennen. Probeer het bij elkaar zetten dan na een aantal dagen tot weken
nog een keer.

Gewenning

Gerbils kunnen problemen geven als de groep te groot is of één van de gerbils de nieuwkomer als een indringer ziet. De dieren herkennen elkaar aan de familiegeur en aan de chemische stoffen in het speeksel waardoor vreemde dieren elkaar vaak moeilijk accepteren.
Als twee dieren, die elkaar niet kennen, elkaar ter begroeting kort
aan de zijkant van de snoet likken, dan is dit niet altijd een teken van vriendschappelijkheid. Als daarop volgt dat ze met de koppen elkaar weg gaan duwen, is het nodig ze uit elkaar te halen voordat het gevecht echt begint. Als bij een stelletje één van de twee overlijdt, kan de overgeblevene in een behoorlijke dip geraken. Let dan goed op of het dier blijft eten en ga op zoek naar een nieuwe partner!