Home  Artikelen  Winkels  Beurzen  Tips

WATERFILTRATIE

Filtratie is het proces waarbij afvalstoffen uit het water verwijderd worden.  Dis is een essentiële stap in een goed management van een gesloten watersysteem in de vijver.  Verkeerd filteren kan er de oorzaak van zijn dat de waterkwaliteit slecht is, dat er algengroei optreedt, dat de planten niet groeien of dat de vissen ziek worden en sterven.  We kunnen drie methoden van filtratie onderscheiden: mechanische, chemische en biologische filtratie.

Mechanische filtratie  

Bij mechanische filtratie worden de vaste zwevende deeltjes uit het water verwijderd door obstructie in het filtermedium.  Hoe fijner dit filtermedium, hoe beter de mechanische filtratie, maar hoe meer pompkracht vereist om het water te laten doorstromen.  Bovendien wordt de kans op verstopping groter.  Een mechanische filter bevindt zich meestal als eerst in het filtersysteem.  Om het blokkeren van de waterstroom te verhinderen, is het aangeraden om deze mechanische filter enkele malen per jaar te reinigen.  Enkele vaak gebruikte mechanische filtermedia zijn sponsjes, borstels en filterwol.                                                                                  

Chemische filtratie   

Chemische filtratie zuivert het water door middel van absorptie van chemische stoffen met grote moleculen.  Actieve kool is het meest gebruikte chemische filtermedium.  Dit kan men gebruiken om ammoniak, fosfaten, organische afvalproducten of geneesmiddelen uit het water te absorberen.  Als gevolg hiervan moet men gedurende een waterbehandeling met geneesmiddelen steeds de actieve kool uit de filter halen.  Het nadeel van actieve kool is dat de absorptiecapaciteit snel is opgebruikt en dat deze niet opnieuw bruikbaar te maken is door uitspoeling.  Als gevolg hiervan gebruikt men bij grotere vijvers eerder zeoliet stenen als chemisch filtermedium.  Zeoliet filtert ammonium uit het water en heeft als voordeel dat men het kan hergebruiken.  De verzadigde zeoliet wordt schoongemaakt in een 5% zoutoplossing.  Vooraleer men de steentjes terug in de filter zet, worden ze eerst grondig met vijverwater gespoeld om het zout terug te verwijderen.  Wanneer men zeoliet gebruikt mag men nooit zout aan het water toevoegen aangezien ammoniak en andere geabsorbeerde stoffen dan in de vijver terugstromen.

Biologische filtratie

Biologische filtratie is gebaseerd op het vermogen van de zogenaamde “goede” kiemen om het door de vissen uitgescheiden giftige ammoniak (NH3) om te zetten tot nitriet (NO2) en vervolgens tot het onschadelijke nitraat (NO3).  Deze goede kiemen hechten zich vast en groeien op filtermedia.  Deze filtermedia hebben dus een zo groot mogelijk oppervlak zodat er zoveel mogelijk kiemen op kunnen groeien.  Enkele vaak gebruikte filtermedia zijn poreuze steentjes, gebakken kleikorrels, plastic pijpjes, filterborstels en filterwol.  Een aquarium zonder filter beschikt eigenlijk op zichzelf al over een geringe biologische filter dankzij de aanwezigheid van zeer goede kiemen op de stenen, bodem en wanden.  De meeste van deze kiemen bevinden zich in de bovenste lagen van de filter omdat hier het meeste zuurstof voorhanden is.  Nitraat wordt tenslotte door de planten opgenomen en omgezet tot stikstofverbindingen.  Indien er geen planten aanwezig zijn (vb. in een koi vijver of in een discusaquarium), zijn regelmatige waterverversingen noodzakelijk aangezien het toenemende nitraatgehalte al snel aanleiding geeft tot algenvorming.  Een maandelijkse waterverversing van 25% wordt aangeraden.  Als oplossing voor het hoge nitraatgehalte kan men eventueel een nitraatfilter installeren.  Belangrijk om weten is dat het 6 tot 8 weken duurt vooraleer deze biologische filter volledig werkt in zoetwater.  In een zoutwater aquarium kan dit proces nog enkele weken langer duren.  Om overbelasting van de filter te voorkomen mag men bij het opstarten van een aquarium of vijver nooit teveel vissen in één keer uitzetten.  Bovendien mag men de vissen de eerste weken niet te veel voederen.  Gedurende deze eerste kritische maanden moet men de ammoniak, nitriet en nitraatwaarden van het water egelmatig controleren en zonodig aanpassen door water te verversen.  Om de rijping van de biologische filter te versnellen kan men deze enten met filtermateriaal van een reeds gerijpte filter.  Met deze laatste methode bestaat wel het risico dat men besmettelijke organismen mee over ent.  Een goed gerijpte biologische filter moet men zelden of nooit reinigen.  Indien dit toch gebeurt, mag men dit nooit te grondig doen en mag men nooit alle aanwezige filtermateriaal in één keer reinigen, aangezien men hierbij de nitrificerende bacteriën wegspoelt.  Enkel vijver of aquariumwater is geschikt om de filter te reinigen.  Detergenten en het vaak chloorrijke kraantjeswater doden immers de nitrificerende bacteriën.  Een goede biologische vijverfilter moet minstens 30% van het wateroppervlak omvatten en bestaat meestal uit verschillend compartimenten.  Bij een goede pompcapaciteit doorloopt het water éénmaal om de twee uur het filtersysteem.  Belangrijk is dat men de filtratie in de winter nooit volledig afzet.  Door de geringe waterbeweging zal het water hierdoor sneller bevriezen.  Bovendien zullen de goede kiemen reeds na een aantal uren afsterven omwille van zuurstoftekort.  Na de winter zitten we met een “dode” filter.  Bovendien vervuilen we het water bij het opstarten indien we de filter niet voorafgaandelijk spoelen.  

Bron